In mijn buurt in Zoetermeer hangen flyers over gratis skateles. Op Snapchat verschijnen berichten over iets heel anders. “Wie heeft een job voor bollen slikken?” Niet omdat iemand hen daartoe heeft gevraagd. Gewoon uit eigen beweging. Dit gebeurt vandaag in Nederland, en nieuw onderzoek laat zien hoe breed het probleem is.
- 1
Eén op de vijf Nederlandse jongeren tussen 16 en 27 jaar heeft via sociale media een oproep gezien voor een drugs- of geweldsklus. 6,1 procent werd persoonlijk benaderd. - 2
Snapchat springt eruit als het voornaamste ronselkanaal. Berichten zijn bewust vaag. Pas in privéberichten wordt duidelijk om welk soort klus het gaat. - 3
Sommige jongeren bieden zichzelf actief aan. Op openbare kanalen verschijnen posts als “Wie heeft een job voor bollen slikken?” zonder dat iemand hen daartoe heeft gevraagd. - 4
AI-algoritmes op sociale platforms versterken criminele content. Ze tonen meer van wat een gebruiker al bekijkt, ook als dat oproepen voor illegale klussen zijn. - 5
De onderzoekers pleiten voor versterking van digitale weerbaarheid bij jongeren én voor kritisch toezicht op de rol van technologiebedrijven bij dit probleem.
Wat het onderzoek zegt
Vandaag publiceerden de Vrije Universiteit Amsterdam, de Erasmus Universiteit Rotterdam en het NSCR een nieuw onderzoek. Ze ondervroegen 1016 jongeren tussen 16 en 27 jaar. De uitkomst: één op de vijf zag via sociale media een oproep voor een drugs- of geweldsdelict. 6,1 procent werd ook zelf direct benaderd. Het gaat om klussen als uithalen van drugs, dealen en het plaatsen van zwaar vuurwerk bij woningen. Toch is er ook een nieuw signaal dat de onderzoekers zorgelijker noemen: jongeren bieden zichzelf aan. Op openbare Telegramgroepen en Snapchat plaatsen ze berichten waarin ze vragen om criminele klussen, zonder dat iemand hen heeft gevraagd. De oproepen zelf zijn bewust vaag. Pas in privéberichten wordt duidelijk waar het precies om gaat.
Waarom sociale media dit versnellen
Criminelen hebben altijd jongeren geworven. Vroeger gebeurde dat op straat, in de wijk, via familieleden. Nu gaat het via Snapchat en Telegram. Het verschil is dat AI-algoritmes op sociale platforms de blootstelling versterken. Ze tonen gebruikers meer van wat ze al bekijken. Wie eenmaal interageert met criminele content, krijgt er vaker van te zien. Dat is geen fout in het systeem. Het is het verdienmodel van de platforms. Betrokkenheid levert geld op, ongeacht of die betrokkenheid schadelijk is. Daardoor heeft de politie weinig zicht op de online leefwereld van jongeren. Gesprekken verplaatsen zich snel naar versleutelde apps. De drempel om te reageren is laag. Wat begint als “een pakketje brengen”, wordt daarna stap voor stap zwaarder. Europol waarschuwde al eerder dat criminele netwerken jongeren inzetten als “kanonnenvoer”, juist om zelf buiten bereik van politie en justitie te blijven.
De rol van de platforms
De onderzoekers zijn helder: de rol van technologiebedrijven moet kritisch bekeken worden. Platforms als Snapchat en Telegram verdienen aan gebruikersgedrag, ook als dat gedrag criminele oproepen betreft. De AI die content aanbeveelt, maakt daarmee ook criminele werving makkelijker. De Digital Services Act van de EU verplicht grote platforms inmiddels tot risicobeoordeling voor minderjarigen. Of die wet in de praktijk genoeg tanden heeft, is echter een open vraag. Het volledige onderzoek pleit voor versterking van digitale weerbaarheid bij zowel jongeren als de professionals die met hen werken. De online straat is niet meer weg te denken. Maar wie de regels bepaalt, en hoe die worden gehandhaafd, is een politieke keuze.






