De Nederlandsche Bank publiceerde vorige maand haar Toezicht in Beeld 2025-2026 met cijfers die de Nederlandse sector fundamenteel hertekenen. De toezichtpopulatie daalde van 43 naar 14 dienstverleners, een krimp van 67 procent in een jaar tijd. Een direct gevolg van de Markets in Crypto-Assets Regulation, ofwel MiCAR. DNB bevestigde de cijfers in haar publicatie van 24 februari. Op 1 juli 2026 loopt de overgangsperiode definitief af. Aanbieders zonder MiCA-vergunning kunnen vanaf dat moment hun diensten niet langer voortzetten zonder in strijd te handelen met het Europese recht. Voor Nederlandse beleggers en exchanges betekent dit een cliff-edge over 63 dagen. Wie nu nog op een DNB-registratie draait zonder MiCA-vergunning, heeft twee maanden om of de transitie af te ronden of te stoppen.
Wat de cijfers vertellen, is een verschuiving die geen lokale site tot nu toe in de juiste context heeft geplaatst. Bestaande DNB-geregistreerde aanbieders moeten of een MiCA-vergunning bij de AFM verkrijgen of stoppen. Deze laatste optie is de werkelijkheid voor 29 van de 43 oorspronkelijke partijen. Twee maanden voor de cliff-datum is het tempo van transities laag. Voor Nederlandse cryptohouders die nog op kleinere, niet-vergunninghoudende platforms handelen, geldt nu een besluitmoment. Concreet kijken naar wie nog actief blijft.
Waarom de daling van 43 naar 14 cryptodienstverleners structureel is
De 43 oorspronkelijk geregistreerde partijen kregen onder MiCAR met meer dan alleen integriteitseisen te maken. Zij moesten ook prudentiële vereisten halen, waaronder kapitaalseisen, governance-structuur en organisatorische inrichting. Fintool publiceerde een analyse die deze structurele verzwaring blootlegt. Voor kleinere spelers bleek de drempel onhaalbaar. Een vergunning vereist substantiële investeringen in compliance, juridische ondersteuning en organisatie-inrichting. Schaal werd zo de kwalificatiegrens.
De 14 overlevenden zijn in de regel partijen die al een breder financieel profiel hebben. Bitvavo, Coinmerce en de Nederlandse vestigingen van internationale exchanges zoals Bybit en Binance, met aanvullende EU-vergunningen. Voor de overige 29 partijen zijn er drie scenario’s gebleven. Of stoppen voor 1 juli, of doorverwijzen naar een andere EU-lidstaat met soepelere implementatie. Of overgenomen worden door een grotere speler. Geen van deze drie opties houdt de markt breder en diverser.
Wat de 38,5 miljoen euro boetes signaleren over DNB-handhavingstoon
De toezichthouder legde in 2025 35 handhavingsmaatregelen op, lager dan de 44 in 2024, maar met substantiële boetebedragen. De 38,5 miljoen euro aan boetes voor onder toezicht staande instellingen toont een hardere lijn. Plus 800.000 euro aan illegale aanbieders. DNB publiceerde de cijfers samen met de toelichting dat het zwaartepunt verschoof van aanwijzingen naar bestuurlijke boetes. Dat is een verharding van de toezichtlijn. Voor spelers betekent dit dat compliance-overtredingen niet langer met een waarschuwing worden afgedaan.
De zwaarste boetecategorie onder MiCA gaat tot 5 miljoen euro per overtreding. Aanbieders van cryptoactiva, niet zijnde dienstverleners, kunnen tot 12,5 procent van hun jaaromzet als boete krijgen. Dat is de hoogste sanctie die het Nederlandse financieel toezichtskader kent. Voor wie via een vergunninghouder wil handelen: gebruik OKX of Bybit. Beide met MFSA-licentie en MiCA-conform actief in Nederland.
Hoe het twin-peaks-model AFM en DNB tussen crypto-toezicht verdeelt
Onder MiCAR is het toezicht in Nederland verdeeld via het twin-peaks-model. De AFM is vergunningverlener voor cryptoactivadiensten en houdt doorlopend gedragstoezicht. De centrale bank blijft verantwoordelijk voor prudentieel toezicht op CASP’s. Plus toezicht op uitgevers van Electronic Money Tokens (EMT’s) en Asset Referenced Tokens (ART’s). Beide zijn types stablecoins. EMT’s zijn gekoppeld aan een enkele valuta, zoals de euro. ART’s verwijzen naar een mandje van activa, valuta’s of grondstoffen.
Het Wwft-toezicht en de Sanctiewet 1977 zijn voor cryptodiensten in 2025 overgegaan. Van DNB naar de AFM. Banken en elektronisch-geldinstellingen blijven onder centraal toezicht voor crypto-gerelateerde activiteiten. Dit gefragmenteerde model schept duidelijkheid, maar ook complexiteit. Een Nederlandse aanbieder heeft nu twee toezichthouders met overlappende verantwoordelijkheden. Voor compliance-teams betekent dit dubbele rapportagelijnen en dubbele auditcyclussen.
Waarom Nederlandse cryptobeleggingen al boven 1 miljard euro staan
Het indirecte bezit door Nederlandse bedrijven, instellingen en huishoudens passeerde 1 miljard euro in 2025. DNB rapporteerde de cijfers. Het gaat om indirecte beleggingen via spot-ETF’s, gestructureerde producten en fondsstructuren. Niet om direct tokenbezit op exchanges. De cijfers ondersteunen een zwart-witte lezing. Aan de aanbodzijde krimpt de markt met 67 procent door regelgeving. Aan de vraagzijde groeit de allocatie explosief.
Deze tegenstelling heeft twee gevolgen voor Nederlandse beleggers. Eerste, kapitaal stroomt naar professioneel-georganiseerde structuren met regelgevende dekking, weg van retailplatforms zonder vergunning. Tweede, de overlevende cryptodienstverleners ontvangen disproportioneel meer kapitaal per partij, wat hun positie verder versterkt. Bitcoin als assetklasse blijft toegankelijk, maar via wezenlijk andere kanalen dan twee jaar geleden. De ETF-route via Amerikaanse spotfondsen plus Nederlandse fondsstructuren wordt het dominante pad.
Hoe de 1 juli-cliff samenvalt met bredere Europese consolidatie
De cijfers staan niet op zichzelf. Op Europees niveau eindigt de MiCA-overgangsperiode tegelijk in alle 27 lidstaten. ESMA bevestigde dat aanbieders zonder vergunning vanaf 1 juli geen diensten meer kunnen leveren binnen de EU. Tegelijk werkt de ECB aan tokenisatie-infrastructuur via DLT-pilot-regimes en T+0-settlement-systemen. Europese banken werken aan een gezamenlijke euro-stablecoin voor de tweede helft van 2026. Mijn collega Rick analyseerde gisteren hoe macro-onzekerheid de cryptomarkten beweegt.
Voor Nederland betekent dit een driedubbele consolidatie. Eerste, op nationaal niveau van 43 naar 14 partijen. Tweede, op Europees niveau van honderden geregistreerde partijen naar enkele tientallen MiCA-vergunninghouders. Derde, op infrastructureel niveau via ECB-rails en de aankomende AMLA per 2028. AMLA krijgt rechtstreeks toezicht op 40 EU-instellingen, waaronder verwacht enkele grote crypto-exchanges. De Bank of Japan-splitstemming en de Iran-Hormuz-onzekerheid voegen geopolitieke risico’s toe aan deze structurele consolidatie. Het tijdperk van vrije retail-crypto in Nederland is in praktische zin afgelopen.
Wat dit betekent voor Nederlandse handelaars in de komende 63 dagen
Voor lokale cryptohouders zijn er vier concrete actiepunten. Eerste, controleer of je huidige platform een geldige MiCA-vergunning bij de AFM heeft of bij een andere EU-toezichthouder. Een DNB-registratie volstaat niet meer. Tweede, plan eventuele transfers tussen platforms voor 1 juli, niet erna. Operationele complicaties bij een platformwissel na de cliff-datum kunnen weken duren. Derde, evalueer welke stablecoins je gebruikt. EMT-stablecoins van vergunde uitgevers blijven beschikbaar. Onder andere USDC van Circle en BUSD van Binance. Niet-vergunde stablecoins kunnen voor lokale gebruikers worden geblokkeerd.
Vierde, monitor je box 3-positie. De DAC8-rapportageverplichting wisselt automatisch transactiegegevens uit met de Belastingdienst vanaf 2026. Wat tot voor kort onzichtbaar was, wordt nu standaard zichtbaar. Voor langetermijnhouders verandert er weinig wezenlijks. Voor actief handelende retailbeleggers verandert er veel. De volgende negen weken bepalen welke kant de sector op gaat. Wie kiest voor regelgevende dekking via MiCA-vergunninghouders, blijft binnen het systeem. Wie blijft hangen op niet-vergunde platforms, neemt risico’s die de Belastingdienst en toezichthouder samen kunnen overzien. De keuze ligt bij de belegger.






