Bronnen bevestigden vanavond aan de NOS dat het kabinet-Jetten een steunpakket van bijna 1 miljard euro voorbereidt als antwoord op de stijgende energieprijzen door de Iran-oorlog. Dit kabinetsteunpakket energie 2026 raakt automobilisten, kleine ondernemers en huishoudens met lage inkomens. Maar de benzineprijs daalt er niet door. Dit is wat er in het plan zit en wat het betekent voor de koopkracht.
Wat er in het kabinetssteunpakket voor energie zit
Het plan bestaat uit vier maatregelen. Ten eerste stijgt de onbelaste reiskostenvergoeding voor werknemers van 23 cent naar 25 cent per kilometer. Wie wekelijks 400 kilometer rijdt voor zijn werk, bespaart daarmee circa 8 euro per week. Ten tweede halveert de wegenbelasting voor grijze kentekens, bestelauto’s en lichte bedrijfswagens tot het einde van 2026. Dat helpt de kleine ondernemer die nu het hardst last heeft van de hoge brandstofkosten.
Ten derde krijgt het energienoodfonds 50 miljoen euro extra. Daarmee helpt het kabinet huishoudens die de energierekening niet meer kunnen betalen. Ten vierde investeert het kabinet in isolatie van woningen en bedrijven. Al gereserveerd verduurzamingsgeld komt eerder beschikbaar. Het plan gaat vrijdag naar de ministerraad. Daarna gaat het minderheidskabinet met oppositiepartijen in gesprek over steun.
Waarom de accijns niet omlaag gaat
De vraag die iedereen stelt: waarom daalt de benzineprijs niet? Het antwoord is cijfermatig. Tien cent minder per liter kost de schatkist al 1 miljard euro aan gederfde accijnsinkomsten. Dat is evenveel als het hele steunpakket. Bovendien stimuleren lagere accijnzen het verbruik van fossiele brandstof. Dat wil het kabinet niet, zeker niet nu klimaatdoelen onder druk staan.
Duitsland maakte een andere keuze. Berlijn verlaagde de energiebelasting op benzine en diesel tijdelijk met 17 cent per liter. Het pakket bedroeg 1,6 miljard euro. Nederland volgt dat voorbeeld bewust niet. De reden is ook budgettair. De NOS meldde eerder dat het kabinet weinig begrotingsruimte heeft voor nieuwe crises. De Iran-oorlog stond niet ingepland. Structurele accijnsverlaging past niet in dat beeld, zeker omdat niemand weet hoe lang de crisis duurt.

Wat de pompprijs nu doet
Een analyse van de benzineprijs en de koopkracht van Nederlandse huishoudens verscheen eerder vandaag op CryptoFocus. De Gemiddelde Landelijke Adviesprijs van UnitedConsumers staat op ā¬2,565 voor Euro95. De piek was ā¬2,599 op 8 april, een historisch record. Na de wapenstilstand daalde de olieprijs met circa 17 procent, maar de pompprijs reageert in kleine stapjes. Een structurele daling is er nog niet.
De onderliggende structuur blijft ongewijzigd. Bijna de helft van de pompprijs bestaat uit accijns en btw. De accijns bedraagt in 2026 ā¬0,8447 per liter benzine. Daarbovenop heft de overheid 21 procent btw over het totale bedrag, inclusief de accijns zelf. Dat mechanisme versterkt prijsstijgingen automatisch. Daalt de olieprijs, dan daalt de btw-opbrengst ook mee. Stijgt de olieprijs, dan profiteert de overheid automatisch mee zonder extra besluit.
Wat dit zegt over inflatie en koopkracht
Een steunpakket van 1 miljard euro is nieuw geld dat de overheid uitgeeft. Dat geld wordt gedekt. Toch voegt elk extra miljard in een periode van hoge defensie-uitgaven en stijgende rentelasten druk toe op de begroting. RaboResearch berekende dat een modaal inkomen in het zwaarste scenario ā¬24 per maand verliest. Voor wie geen loonsverhoging krijgt, kan dat oplopen tot meer dan ā¬100 per maand.
Dat is de macrocontext waarbinnen Bitcoin en andere harde activa relevant worden. Een activum met een vaste maximale aanvoer reageert anders op aanhoudende overheidsuitgaven en inflatie dan een spaarrekening. Dat maakt Bitcoin geen garantie. Maar het verklaart waarom het gesprek over koopkrachtbescherming steeds vaker eindigt bij crypto.






