Mijn buurvrouw stuurde me gisteren een appje. Haar dochter van twaalf had thuis verteld dat haar school een AI-systeem gebruikt om huiswerkopdrachten te beoordelen. De school had er niets over gecommuniceerd. “Wie beheert dat systeem? Wat weten ze van mijn kind?” Goede vragen. En ze is niet de enige die ze stelt. Vandaag publiceerde DutchNews.nl de resultaten van een onderzoek van Ouders & Onderwijs dat precies dat laat zien.
Wat het onderzoek zegt
Ouders & Onderwijs ondervroeg Nederlandse ouders over AI en smartphones op school. De uitkomst is genuanceerder dan de krantenkoppen doen vermoeden. Ouders zijn niet tégen AI in het onderwijs. Directeur Lobke Vlaming verwoordde het zo: ouders willen weten wat er gebeurt en waarom scholen bepaalde keuzes maken. Ze willen ook dat hun kinderen leren dat AI niet altijd klopt. En dat veel van de informatie die AI geeft, onjuist kan zijn. Dat is geen technofobie. Dat is een redelijke eis aan transparantie.
Op het punt van smartphones zijn ouders duidelijker. Ze willen een volledig verbod tijdens de schooldag, niet alleen in de klas. Sinds 2024 geldt er een wettelijk verbod op smartphones in het klaslokaal. Maar in de gangen, de kantine en op het schoolplein gelden die regels nog niet overal. Ouders willen dat dit verandert.
Waarom transparantie over AI zo moeilijk is
Het probleem dat ouders beschrijven is structureel. Scholen kiezen AI-systemen, maar weten zelf vaak niet hoe die systemen werken. Ze weten ook niet welke data ze verzamelen en bij wie die data terechtkomen. De Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwde al eerder dat het onduidelijk is wat er met leerlinggegevens gebeurt. Of die worden gebruikt om profielen op te bouwen of om AI mee te trainen, weet vaak niemand. Scholen kopen een pakket van een grote technologieleverancier, zetten het aan en hopen dat het werkt. Wat er daarna met de data gebeurt, is een zwarte doos.
Dat gaat veranderen, maar het gaat langzaam. De Europese AI Act verplicht scholen vanaf augustus 2026 tot extra maatregelen bij hoog-risico AI-toepassingen. Systemen die leerresultaten beoordelen of onderwijsniveaus bepalen, vallen in die categorie. Daarvoor zijn transparantie en risicobeperking verplicht. De regels komen er gefaseerd in en veel scholen zijn er nog niet klaar voor.
Dezelfde vraag als in de cryptowereld
Hier wordt het herkenbaar voor wie de wereld van Bitcoin en blockchain volgt. De kern van wat ouders vragen is simpel: hoe werkt dit systeem? Wie heeft er toegang toe? Wie controleert het? Kan ik dat zelf nagaan? Dat is precies de vraag die de cryptowereld al jaren stelt aan het traditionele financiële systeem. En het is de reden waarom open, verifieerbare protocollen zo veel aandacht kregen.
Een blockchain is een systeem waarvan de werking publiek is. Je hoeft niemand op zijn woord te vertrouwen, want je kunt de werking zelf controleren. De AI-systemen in scholen werken precies andersom. Ze zijn eigendom van technologiebedrijven en hun werking is niet publiek. De data gaan naar servers waar ouders geen inzage in hebben. Het enige wat overblijft, is de belofte van de leverancier. Ouders accepteren dat steeds minder.
Wat scholen nu kunnen doen
Ouders & Onderwijs roept scholen op om niet te wachten op beleid vanuit Den Haag. Het gesprek met ouders kan nu al. Welke AI-systemen gebruik je? Waarom heb je voor die leverancier gekozen? Wat gebeurt er met de data van leerlingen? Heeft de school alternatieven overwogen? Dat zijn vragen die elke school nu al kan beantwoorden, of in elk geval serieus kan proberen te beantwoorden.
In de financiële wereld zijn instellingen al jaren verplicht te laten zien hoe ze met klantdata omgaan. In de cryptowereld geldt dat op protocolniveau. In het onderwijs is die standaard er nog nauwelijks. De vraag die ouders vandaag stellen, is een voorbode van de regelgeving die eraan komt. Scholen die nu al transparant zijn, lopen voor op wat verplicht wordt.






