Een nieuw BIS Working Paper laat zien hoe sterk crypto-statistieken afhangen van de meetlat. In de studie van 15 september 2026 loopt de berekende bitcoin-transferwaarde tot een factor zes uiteen, alleen doordat onderzoekers blockchaindata anders groeperen en technische artefacten anders behandelen.
| Wat je moet weten |
|---|
| 1Het BIS Working Paper 1377 verscheen op 15 september 2026 en onderzoekt Bitcoin, Ethereum en Tron. |
| 2De berekende bitcoin-transferwaarde verschilt volgens de auteurs tot een factor zes per meetmethode. |
| 3De studie classificeert 13 miljoen actieve smart contracts, waaronder ongeveer 1,4 miljoen tokens. |
| 4Stablecoins gedragen zich op Ethereum anders dan op Tron, waardoor een enkel volumecijfer snel misleidt. |
De Bank for International Settlements publiceerde het onderzoek als Working Paper 1377. Dat is belangrijk voor de status van de tekst: het is academisch BIS-onderzoek, geen nieuw toezichtbesluit en geen waarschuwing dat een specifieke munt verkeerd geprijsd is. De auteurs onderzoeken vooral waarom openbare blockchaindata niet vanzelf een zuiver beeld geven van economische activiteit.
Waarom hetzelfde bitcoinverkeer anders telt
Bitcoin lijkt op papier de eenvoudigste casus, omdat elke transactie openbaar is. Toch ontstaat daar juist een groot meetprobleem. Een transactie kan meerdere inputs en outputs bevatten, wallets sturen wisselgeld terug naar zichzelf en diensten kunnen betalingen bundelen. Wie die technische structuur direct optelt, komt op een ander bedrag uit dan wie probeert alleen economisch betekenisvolle overdrachten te meten.
Volgens de BIS-auteurs kan de bitcoin-transferwaarde daardoor tot een factor zes verschillen tussen meetmethoden. Dat betekent niet dat er een enkel “juist” cijfer klaarstaat of dat alle andere cijfers waardeloos zijn. Het punt is nuchterder: een grafiek over onchain volume zegt pas iets als duidelijk is hoe de data zijn gefilterd, gegroepeerd en toegeschreven.
Ook smart contracts geven ruis
De studie gebruikt data uit Mercurius, een BIS-dataplatform voor grote publieke blockchains. Bij Ethereum classificeren de onderzoekers 13 miljoen actieve smart contracts, waaronder ongeveer 1,4 miljoen tokens. Die aantallen zijn nuttig als kaart van het ecosysteem, maar ze zijn geen directe maatstaf voor gezond gebruik. Een contract kan technisch actief zijn zonder veel economische betekenis te hebben.
Voor lezers die DeFi-rapporten, tokenlijsten of marktrapporten volgen, is dat de praktische les. Een hoog aantal tokens, contracten of transacties kan op echte activiteit wijzen, maar ook op fragmentatie, testgedrag, oude contracten of technische doorgeefluiken. De bron en methode bepalen dus hoeveel gewicht zo’n cijfer verdient.
Stablecoins zijn geen enkel blok
De BIS ziet ook verschil tussen stablecoingebruik op Ethereum en Tron. Op Ethereum hangt stablecoinactiviteit volgens de auteurs sterker samen met smart contracts en DeFi-interacties. Op Tron worden dezelfde soort munten vaker buiten smart contracts aangehouden, wat beter past bij betalingen en waardeopslag.
Dat sluit aan bij de reden waarom publieke dashboards, zoals de Visa Onchain Analytics Dashboard van Visa en Allium Labs, aangepaste stablecoinvolumes naast ruwe volumes tonen. Zulke dashboards proberen kunstmatige of niet-economische activiteit apart te zetten. De BIS-paper maakt duidelijk waarom die keuze geen detail is, maar onderdeel van de uitkomst.
Voor CryptoFocus-lezers raakt dit vooral de manier waarop marktdata worden gelezen. Een kop over hogere transferwaarde, stijgende stablecoinactiviteit of groeiend DeFi-gebruik heeft meer context nodig dan alleen het eindcijfer. De vraag is niet of onchain data bruikbaar zijn, maar welke aannames erin zitten en of twee cijfers uit verschillende bronnen wel hetzelfde meten.






