GidsencryptoBelasting box 3 en crypto in Nederland, gids voor september 2026 en...

Belasting box 3 en crypto in Nederland, gids voor september 2026 en 2028

Disclaimer Crypto kent hoge risico's — dit artikel is geen beleggingsadvies. Lees meer

Commerciële toelichting: deze gids bevat affiliatelinks. CryptoFocus kan een vergoeding ontvangen via deze links.

Bijgewerkt op 17 augustus 2026. Voor crypto in box 3 blijven peildatum, forfait en bewijs leidend; de 2028-wet hangt nog af van verdere parlementaire behandeling.

Gerichte correctie, 6 september 2026. De belastingjaren 2024–2026, de route voor werkelijk rendement, DAC8 en de uitleg over de bv zijn gecorrigeerd. De scenario’s voor 2028 zijn voorbeelden bij een wetsvoorstel, geen vaststaande aanslagen. De bestaande rekentool geeft alleen een indicatieve forfaitaire berekening voor belastingjaar 2024, 2025 of 2026; de forfaits voor 2026 zijn voorlopig. Bronnen: Belastingdienst 2025, Belastingdienst 2026, werkelijk rendement, Eerste Kamerdossier en belasting bij een bv.

  • Voor de forfaitaire berekening over 2026 geldt voor crypto 6,00%; over 2025 is dat 5,88%. De regeling voor lager werkelijk rendement kan tot een lagere heffing leiden.
  • Zonder aangiftebrief gold voor aangiftejaar 2025 de datum 14 juli 2026 als je meer dan de aanslaggrens moest betalen. De termijn in een brief of verleend uitstel blijft leidend.
  • Wallet-exports, exchange-overzichten en transactiebewijs zijn sterker dan screenshots achteraf.

Maak onderscheid tussen het jaar waarin je aangifte doet en het belastingjaar. Voor de aangifte over 2025 geldt bij de forfaitaire berekening de waarde op 1 januari 2025 en voor crypto 5,88% rendement. Voor belastingjaar 2026 geldt 6,00%. Een lager werkelijk rendement kun je onder de tegenbewijsregeling doorgeven; daarvoor telt je gehele box 3-positie mee.

Wat je moet weten
Voor 2026 gebruikt de Belastingdienst voor overige bezittingen 6,00 procent forfaitair rendement.
De waarde op 1 januari is leidend en latere koersbewegingen veranderen die peildatum niet.
Bewaar exports, screenshots en koersbronnen per exchange en wallet.
Controleer je eigen aangiftebrief, uitstelstatus en waarderingsbron voordat je aangifte doet.

Augustus 2026 check: Box 3 blijft vooral een bewijsdossier. Lees daarnaast waarom een belastingdatalek ook fysiek cryptorisico kan worden en waarom marktdata zonder transactiebewijs weinig zegt.

Deadlinecheck augustus 2026

Voor de meeste aangiftebrieven over 2025 lag de normale deadline op 1 mei 2026. Met tijdig aangevraagd uitstel was dat doorgaans 1 september. Zonder aangiftebrief gold 14 juli 2026 wanneer je boven de aanslaggrens belasting moest betalen. Controleer je eigen termijn, uitstel of herinnering in Mijn Belastingdienst.


Bronnenladder: waar we de regels op controleren

Crypto en belasting verandert door wetgeving, rechtspraak en uitvoering. Daarom hoort de Belastingdienst bovenaan de bronnenladder. Voor de basis controleren we de pagina over aangifte doen met crypto en de pagina over cryptobezittingen. Voor toezicht en rapportage kijken we naar Europese regels zoals DAC8 en naar Nederlandse uitvoering.

Gebruik commerciële belastingartikelen alleen als uitleg, niet als primaire bron. Bij twijfel telt wat in je aangifte, beschikkingen en officiële toelichting staat. Bewaar daarom de berekening, koersbron, exchange-export en screenshots rond de peildatum.

De vijf dingen die elke crypto bezitter moet weten over Box 3

1. Crypto in privébezit valt doorgaans in box 3. Voor de forfaitaire berekening telt de waarde op 1 januari van het belastingjaar. De berekening met werkelijk rendement kijkt ook naar het verdere jaar.

2. De forfaitaire berekening voor 2026 gebruikt 6,00% voor crypto. Dat is geen heffing van 6% over je vermogen en sluit een lagere uitkomst via tegenbewijs niet uit.

3. Vanaf belastingjaar 2025 kun je werkelijk rendement doorgeven in de gewone aangifte. Voor eerdere jaren kan het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement nodig zijn. Volg de route en termijn voor jouw jaar.

4. DAC8 verplicht de aanbieders die onder de regeling vallen om vanaf 2026 gegevens te verzamelen. De eerste Nederlandse rapportage over 2026 moet uiterlijk 31 januari 2027 binnen zijn.

5. Het kabinet beoogt een nieuw stelsel per 2028. De Tweede Kamer heeft het voorstel aangenomen; verdere parlementaire behandeling en mogelijke wijzigingen zijn nog nodig. Behandel het niet als geldend recht.


Crypto belasting box 3 – tarieven en calculator

Box 3 tarieven voor crypto per jaar

Jaar Fictief rendement crypto Belastingtarief Heffingsvrij vermogen Bijzonderheden
2024 6,04% 36% €57.000 p.p. Overbruggingswet. OWR-formulier beschikbaar.
2025 5,88% 36% €57.684 p.p. Wet tegenbewijsregeling aangenomen (jul 2025).
2026 6,00% 36% €59.357 p.p. Crypto: 6,00%. Bank- en schuldpercentages voorlopig. DAC8-gegevensverzameling vanaf 2026.
2027 Fictief 36% Nog onbekend Beoogde overgang per 2028; wetgeving nog niet definitief.
2028+ Werkelijk rendement 36% Vervalt volgens voorstel Heffingsvrij resultaat €1.800. Ongerealiseerde winst belastbaar. Eerste Kamer moet nog instemmen.

Indicatieve forfaitaire berekening voor belastingjaar 2024, 2025 of 2026

Bezittingen vóór schulden
Heffingsvrij vermogen
Aftrekbare schulden
Belastbare grondslag
Rendementsbijdrage crypto
Rendementsbijdrage spaargeld minus schuld
Totaal belastbaar rendement
Geschatte belasting (36%)

Deze rekentool geeft een indicatie van het forfait voor het gekozen jaar. Hij berekent geen werkelijk rendement. Voor 2026 zijn de percentages voor banktegoeden en schulden voorlopig. Controleer de officiële aangifte en de jaarpagina van de Belastingdienst voor de definitieve uitkomst.


Hoe box 3 werkt en waarom crypto daarin valt

Box 1 betreft onder meer loon, ondernemingswinst en resultaat uit overige werkzaamheden. Box 2 betreft voordelen uit een aanmerkelijk belang, zoals dividend en verkoopwinst op aandelen. Box 3 betreft het inkomen uit sparen en beleggen. Bij crypto hangt de indeling af van de feiten.

De Belastingdienst behandelt crypto in privébezit doorgaans als box 3-vermogen. Het maakt niet uit of je Bitcoin, Ethereum, Solana of stablecoins bezit. Het maakt niet uit of je de crypto op een exchange laat staan of in een eigen hardware wallet bewaart. De aangifteplicht is gelijk.

Eén uitzondering: als jouw crypto-activiteiten verder gaan dan normaal vermogensbeheer, kan de Belastingdienst oordelen dat je in box 1 valt.


Box 1, box 2 of box 3: wanneer geldt wat voor crypto

Box 3 is de standaard

Crypto die je als particulier binnen normaal vermogensbeheer bezit, valt doorgaans in box 3. De heffing is geen afzonderlijke verkoopbelasting. Ze volgt uit de berekening over je gehele box 3-positie, inclusief de toepasselijke vrijstelling en eventuele tegenbewijsregeling.

Wanneer val je in box 1

Werkzaamheden kunnen in box 1 vallen als ze een onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden vormen. Alleen veel handelen, software gebruiken of veel vermogen bezitten is geen automatische grens. De aard van het werk en de redelijkerwijs te verwachten opbrengst zijn van belang.

Voor box 1 gelden de regels voor de betreffende inkomstenbron, inclusief de toepasselijke kosten- en waarderingsregels. De uitkomst is niet altijd simpelweg belasting over gerealiseerde verkoopwinst en is niet zonder berekening met box 3 te vergelijken.

Wanneer val je in box 2

Houdt een bv crypto aan, dan wordt de winst van de bv volgens de regels voor de vennootschapsbelasting behandeld. Een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang kan daarnaast box 2-belasting verschuldigd zijn over dividend of verkoopwinst op aandelen. Dat zijn twee verschillende heffingen.


De juridische tijdlijn die alles verklaart

Om het huidige stelsel te begrijpen, moet je de geschiedenis kennen. Die begint op 24 december 2021.

24 december 2021 – het Kerstarrest. De Hoge Raad verklaarde het box 3-stelsel zoals dat gold vanaf 2017 onrechtmatig. Het forfaitaire rendement was in strijd met het eigendomsrecht (artikel 1, Eerste Protocol EVRM) en het discriminatieverbod (artikel 14 EVRM) voor belastingplichtigen die minder rendement maakten dan het fictieve percentage. De overheid was verplicht om rechtsherstel te bieden.

2022-2024 – noodverbandjes. Het kabinet introduceerde de Wet rechtsherstel box 3 (voor 2017-2022) en de Overbruggingswet box 3 (vanaf 2023). Beide werkten nog steeds met fictieve rendementen, maar per vermogenscategorie in plaats van één vast percentage.

Juni 2024 – de D-day-arresten. De Hoge Raad oordeelde dat ook de Overbruggingswet de gebreken niet voldoende wegnam. Belastingplichtigen die te veel hadden betaald, hadden recht op aanvullend rechtsherstel.

Tegenbewijsregeling. De Belastingdienst vergelijkt het berekende box 3-inkomen met het lagere werkelijke rendement als je dat volgens de toepasselijke procedure opgeeft. Vanaf belastingjaar 2025 kan dat in de gewone aangifte; voor eerdere jaren geldt de afzonderlijke route voor Opgaaf Werkelijk Rendement.

12 februari 2026. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aan. Dat betekent nog niet dat de wet is ingevoerd.

Mogelijke aanpassingen. Het kabinet beschrijft mogelijke verbeteringen en onderzoekt verdere belastingheffing op basis van vermogenswinst. De inhoud en invoering hangen af van wetgeving.

Stand gecontroleerd op 6 september 2026. Op 30 juni behandelde de Eerste Kamer het wetsvoorstel plenair. Daarbij werd gevraagd de stemming uit te stellen tot behandeling van aangekondigde novelle(s). De beoogde invoering per 2028 is niet definitief.

Dit is de reden waarom het huidige stelsel zo complex is: het is een tijdelijk systeem, juridisch gerepareerd, in afwachting van structurele wetgeving.


Hoe cryptobelasting box 3 werkt in 2026

De peildatum voor de forfaitaire berekening: 1 januari

Voor het forfait over 2026 telt de waarde van je bezittingen en schulden op 1 januari 2026. Latere koersbewegingen wijzigen die peildatumwaarde niet. Ze kunnen wel meetellen bij het werkelijke rendement over 2026.

Dit is het meest genoemde bezwaar bij volatiele activa als crypto: de peildatum kan willekeurig uitpakken. Er is geen correctie voor wat er daarna met de koers gebeurt, tenzij je werkelijk rendement opgeeft.

Het heffingsvrije vermogen in 2026

Voor de forfaitaire berekening in 2026 bedraagt het heffingsvrije vermogen €59.357 per persoon en €118.714 voor fiscale partners samen. Bij de berekening van werkelijk rendement geldt dit heffingsvrije vermogen niet; de Belastingdienst vergelijkt de uitkomsten volgens de tegenbewijsregeling.

Bij het forfait zijn box 3-schulden alleen aftrekbaar voor zover ze boven de schuldendrempel uitkomen: in 2026 €3.800 per persoon, of €7.600 voor fiscale partners samen. Niet iedere schuld behoort tot box 3.

Fictief rendement per vermogenscategorie

De Belastingdienst werkt in 2026 met drie vermogenscategorieën, elk met een eigen fictief rendementspercentage.

CategorieFictief rendement 2024Fictief rendement 2025Fictief rendement 2026
Banktegoeden1,44%1,37%1,28%*
Overige bezittingen (incl. crypto)6,04%5,88%6,00%
Schulden2,61%2,70%2,70%*

* Voor banktegoeden en schulden zijn de percentages over 2026 voorlopig. Het forfait voor overige bezittingen, waaronder crypto, is 6,00%. Gebruik de percentages van het juiste belastingjaar.

In de forfaitaire berekening valt crypto onder overige bezittingen. Het percentage is 6,04% voor 2024, 5,88% voor 2025 en 6,00% voor 2026. Een lager werkelijk rendement kan via de tegenbewijsregeling tot een lagere heffing leiden.

Het belastingtarief is 36% over het berekende box 3-inkomen. Bij het forfait werkt het heffingsvrije vermogen door in die berekening.

Concrete rekensommen

Scenario 1: Klein portfolio, alleenstaand

Forfaitair voorbeeld over 2026, zonder schulden of andere bezittingen: €40.000 crypto en €25.000 spaargeld op 1 januari. Totaal €65.000; na €59.357 heffingsvrij vermogen resteert een grondslag van €5.643.

Het berekende rendement vóór de vrijstelling is €25.000 × 1,28% + €40.000 × 6,00% = €2.720. Toerekening aan de grondslag geeft €2.720 × (€5.643 / €65.000) ≈ €236. Tegen 36% is dat circa €85. Dit gebruikt het voorlopige spaarpercentage voor 2026 en bevat geen vergelijking met werkelijk rendement.

Scenario 2: Groter portfolio, 100% crypto, alleenstaand

Forfaitair voorbeeld over 2026: €150.000 crypto, geen andere box 3-bezittingen of schulden. Na €59.357 vrijstelling resteert €90.643. Daarover geeft 6,00% rendement en 36% belasting circa €1.958. Tegenbewijs is in dit voorbeeld niet berekend.

Bij een koersdaling kan de berekening met werkelijk rendement lager uitvallen. Dat hangt af van je gehele box 3-positie en de inkomsten, stortingen en onttrekkingen gedurende het jaar.

Scenario 3: Fiscale partners, gecombineerd vermogen

Forfaitair voorbeeld over 2026 voor fiscale partners: €100.000 crypto en €20.000 spaargeld, zonder andere bezittingen of schulden. Na de gezamenlijke vrijstelling van €118.714 resteert €1.286. Met 6,00% voor crypto en voorlopig 1,28% voor spaargeld volgt circa €24 belasting samen, vóór vergelijking met werkelijk rendement.

Conclusie: een fiscale partner maakt een aanzienlijk verschil bij grotere vermogens.


Voorbeelden: wanneer werkelijk rendement zinvol is

Werkelijk rendement doorgeven is vooral interessant als het forfait veel hoger uitkomt dan je echte resultaat. Stel dat je op 1 januari een hoge cryptowaarde had, maar later in het jaar sterk daalde en nauwelijks inkomsten uit staking of lending kreeg. Dan kan het zinvol zijn om je werkelijke rendement te berekenen en bewijs te bewaren.

Bij een vlak jaar is het verschil kleiner en kan de extra administratie zwaarder wegen dan het voordeel. Bij een sterk winstjaar kan het forfait juist gunstig zijn. De kern is dat je niet alleen naar de eindwaarde kijkt. Je hebt beginwaarde, eindwaarde, stortingen, opnames, beloningen, kosten en koersbronnen nodig om een verdedigbare berekening te maken.

  • Grote daling na de peildatum: controleer of werkelijk rendement lager uitkomt.
  • Veel stakingbeloningen: bewaar exports en datumwaarden.
  • Veel swaps: leg vast welke transacties waardeoverdracht waren en welke inkomsten opleverden.
  • Buitenlandse exchange: exporteer op tijd, want historische rapportages verdwijnen soms achter accountlimieten.

Werkelijk rendement doorgeven: wanneer en hoe

Vanaf belastingjaar 2025 kun je werkelijk rendement in de gewone aangifte doorgeven. Voor eerdere jaren kan de afzonderlijke Opgaaf Werkelijk Rendement gelden. Volg de instructies voor jouw belastingjaar. De Belastingdienst gebruikt de gunstigste toepasselijke berekening.

Wanneer loont dit

Een daling van crypto van €100.000 naar €70.000 is op zichzelf onvoldoende om je box 3-rendement vast te stellen. Alleen zonder stortingen, onttrekkingen of overige inkomsten is de waardeverandering daarvan −€30.000. Ook de rest van je box 3-bezittingen en schulden telt mee.

Werkelijk rendement omvat inkomsten en waardeveranderingen van je gehele box 3-positie. Een hoger spaarsaldo door een storting is geen rente-inkomen. Bij deze berekening geldt geen heffingsvrij vermogen; kosten zijn niet automatisch aftrekbaar.

Wat je nodig hebt

Bewaar begin- en eindwaarden, ontvangen inkomsten, stortingen en onttrekkingen voor je gehele box 3-positie. Voor crypto horen daar exchange-exports, walletgegevens en waarderingsbronnen bij. Alleen twee saldoscreenshots geven geen volledige berekening.

Exporteer een CSV-transactieoverzicht van elk platform. Bereken de euro-waarde op beide data via CoinGecko of CoinMarketCap. Bewaar de bronbestanden.

Hoe je het formulier indient

Voor 2025 en latere belastingjaren kun je werkelijk rendement in de aangifte inkomstenbelasting invullen. Voor eerdere jaren gelden de afzonderlijke formulieren en termijnen voor Opgaaf Werkelijk Rendement. Controleer je jaar en eventuele brief voordat je een formulier kiest.


Stap voor stap: aangifte crypto over belastingjaar 2025

Stap 1. Bepaal de waarde op 1 januari 2025

Bepaal voor de aangifte over 2025 de waarde in euro’s aan het begin van 1 januari 2025, om 00.00 uur. Gebruik niet de slotkoers van die dag. Bewaar de gebruikte exchange- of waarderingsbron, saldi en transactiebestanden zodat de berekening controleerbaar is.

Vergeet geen enkele locatie: exchanges, hardware wallets, software wallets, DeFi-protocols, stakingposities.

Stap 2. Tel alle box 3-bezittingen op

Tel op: crypto, spaargeld, beleggingen, obligaties, een eventuele tweede woning (WOZ-waarde). Trek schulden af boven de drempel van €3.800 (alleenstaand) of €7.600 (partners).

Stap 3. Bereken de belastbare grondslag

Voor de forfaitaire berekening over 2025 is het heffingsvrije vermogen €57.684 per persoon, of €115.368 voor fiscale partners samen. Partners kunnen de gezamenlijke grondslag volgens de aangifteregels verdelen; het totaal moet 100% zijn.

Stap 4. Log in op Mijn Belastingdienst

Open de aangifte inkomstenbelasting 2025 in Mijn Belastingdienst. Controleer de vooraf ingevulde gegevens en vul ontbrekende bezittingen aan. De termijn in je aangiftebrief of verleende uitstel geldt. Zonder brief moest je uiterlijk 14 juli 2026 aangifte doen als je meer dan de aanslaggrens moest betalen. Die datum is voorbij; controleer bij een gemiste termijn welke actie nodig is.

Stap 5. Voer crypto in onder overige bezittingen

Ga in de aangifte naar Box 3, vervolgens naar Bezittingen, dan Beleggingen en andere bezittingen. Voer de totale waarde van jouw crypto-portfolio in euro’s in, op de peildatum 1 januari 2025 (voor de aangifte over 2025). Geef alle exchanges en wallets samen op als één totaalwaarde, of specificeer per platform.

Stap 6. Overweeg werkelijk rendement

Bereken het werkelijke rendement over je gehele box 3-positie in 2025, inclusief inkomsten en waardeveranderingen en gecorrigeerd voor stortingen en onttrekkingen. Geef dit desgewenst door in de aangifte over 2025. Een daling van alleen je cryptoportfolio is niet de volledige toets.

Stap 7. Bewaar je administratie

De Belastingdienst kan vragen stellen. Bewaar voor elk platform: de CSV-export van alle transacties, de koers op de peildatum en alle ontvangen opbrengsten. Bewaar ook wallet-adressen als je crypto buiten exchanges bezit.


Staking, DeFi en lending: de grens tussen box 1 en box 3

Staking, DeFi en lending vereisen een beoordeling van de feitelijke activiteiten en ontvangen vergoedingen. Een algemene uitleg kan de fiscale indeling van een specifieke constructie niet vaststellen.

Passieve staking via een exchange

Bij privébeleggingen telt een stakingpositie doorgaans mee in box 3. Voor het forfait telt de waarde op de peildatum. Bij werkelijk rendement moeten ook ontvangen beloningen en waardeveranderingen volgens de toepasselijke regels worden meegenomen.

Actieve staking via een eigen validator-node

Bij een eigen validator hangt de indeling af van de aard van de werkzaamheden en inkomsten. Een grote inzet, veel tijd of specialistische kennis vormt afzonderlijk geen automatische box 1-grens. Laat een concrete bedrijfs- of beloningsstructuur beoordelen.

DeFi-rente en lending

Bij lending en DeFi moet je vaststellen welke rechten je bezit en welke inkomsten je ontvangt. Binnen box 3 tellen voor het forfait de peildatumwaarden; bij werkelijk rendement kunnen ook rente en andere opbrengsten meetellen. Professionele werkzaamheden kunnen een andere indeling vragen.

Airdrops

De behandeling van een airdrop hangt onder meer af van de reden voor de ontvangst. Een vergoeding voor werk is niet hetzelfde als een token dat bij privébeleggingen wordt ontvangen. Leg de voorwaarden en waarde vast.

NFTs

Bij NFT’s hangt de behandeling af van de aard van het bezit en het gebruik. Een belegging kan in box 3 vallen; de kwalificatie van bijvoorbeeld kunst of ondernemingsbezit vraagt een afzonderlijke beoordeling. Niet iedere NFT is automatisch hetzelfde fiscale bezit.

Swappen en verkopen

Bij normaal privévermogensbeheer ontstaat niet bij iedere swap een afzonderlijke verkoopbelasting. De transactie kan wel gevolgen hebben voor de waardering en de berekening van werkelijk rendement. Bij werkzaamheden of ondernemingsvermogen gelden andere regels; ook daar is niet iedere transactie automatisch belastbare winst.


DAC8: waarom crypto niet meer verborgen kan

DAC8 verlangt vanaf 1 januari 2026 gegevensverzameling door rapporterende cryptoaanbieders die onder de regeling vallen. Dat omvat niet zonder meer iedere maker van walletsoftware. Ook bepaalde aanbieders buiten de EU kunnen onder rapportage- en registratieverplichtingen vallen.

De eerste rapportage aan de Nederlandse Belastingdienst over kalenderjaar 2026 moet volgens de Nederlandse uitvoeringsinformatie uiterlijk op 31 januari 2027 zijn ingediend. Gegevensverzameling begint vanaf 1 januari 2026; dat is niet hetzelfde als al afgeronde rapportage.

Bij aanbieders zoals OKX en Kraken hangt rapportage af van de betreffende rechtspersoon en toepasselijke regels. DAC8 voorziet in rapportage en uitwisseling tussen belastingautoriteiten. Daaruit volgt niet dat ieder saldo nu al rechtstreeks bij de Nederlandse Belastingdienst bekend is.

Lees ons vergelijkingsartikel over de beste crypto exchange Nederland als je een platform zoekt dat MiCA-gelicenseerd is.

Wat met buitenlandse exchanges buiten de EU

De vestigingsplaats buiten de EU sluit rapportageverplichtingen niet automatisch uit. Voor jouw aangifte blijft de fiscale behandeling van wereldwijd gehouden crypto van belang. Termijnen voor correctie en navordering hangen van de feiten en wettelijke voorwaarden af.

Boetes bij niet of onjuist aangeven

Een onjuiste of onvolledige aangifte kan leiden tot correctie, rente en eventueel een boete. De gevolgen hangen onder meer af van de feiten en verwijtbaarheid. Algemene boetepercentages voorspellen niet de uitkomst van een individuele zaak.

Ontdek je een fout in een eerdere aangifte, controleer dan hoe je die kunt herstellen en bewaar de onderbouwing. Vrijwillige correctie geeft niet automatisch recht op een lagere boete.


Wat verandert er in 2028

De Wet werkelijk rendement box 3

De Tweede Kamer nam het voorstel op 12 februari 2026 aan. Op 6 september is invoering per 2028 nog afhankelijk van verdere parlementaire behandeling. Het voorstel belast voor veel bezittingen het jaarlijkse werkelijke rendement, inclusief waardeveranderingen. Voor bepaalde bezittingen bevat het andere regels. Dit is een voorstel, geen vaststaande verplichting voor 2028.

Vermogensaanwasbelasting

Het aangenomen Tweede Kamervoorstel bevat voor crypto in beginsel belasting over inkomsten en jaarlijkse waardeveranderingen, ook zonder verkoop. Stortingen en onttrekkingen moeten daarbij worden gecorrigeerd. De uiteindelijke wet, ingangsdatum en eventuele wijzigingen staan nog niet vast.

Geen heffingsvrij vermogen meer

In het voorstel maakt het heffingsvrije vermogen plaats voor een heffingsvrij resultaat van €1.800 per persoon. De voorgestelde berekening gebruikt 36% over het belastbare resultaat. Deze bedragen zijn gecontroleerd in het op 12 februari 2026 gewijzigde wetsvoorstel; ze zijn nog geen ingevoerde regels.

Verliesverrekening

Het voorstel kent voorwaartse verliesverrekening en een drempel van €500 voor een verlies uit sparen en beleggen. Alleen verliezen uit jaren waarin het nieuwe stelsel geldt vallen onder die regeling. Een verlies in 2027 wordt daardoor niet vanzelf een verrekenbaar verlies in een eventueel stelsel vanaf 2028.

Mogelijke verdere wijzigingen, waaronder de behandeling van verliezen, moeten uit de uiteindelijke wetgeving blijken. Een politieke aankondiging is geen geldende verliesverrekeningsregel.

Drie concrete scenario’s voor 2028

Scenario A: Rustig jaar, beperkte stijging

Uitsluitend als rekenvoorbeeld bij het voorstel: bitcoin stijgt binnen een jaar van €80.000 naar €88.000. Zonder andere bezittingen, inkomsten, stortingen, onttrekkingen of aftrekposten resteert na €1.800 heffingsvrij resultaat €6.200. Tegen 36% is dat €2.232, ook zonder verkoop. Dit voorspelt geen definitieve aanslag over 2028.

Scenario B: Sterk jaar, grote ongerealiseerde winst

Onder dezelfde vereenvoudigde aannames bij het voorstel geeft een stijging van €80.000 naar €160.000: (€80.000 − €1.800) × 36% = €28.152. Dit illustreert een mogelijke liquiditeitsbehoefte zonder verkoop; het is geen ingevoerde belastingberekening.

Scenario C: Slecht jaar, dan herstel

Illustratie bij het voorstel: een daling van €100.000 naar €70.000 in 2027 betekent niet automatisch dat alle box 3-heffing over 2027 vervalt. Als het nieuwe stelsel in 2028 ingaat, wordt dat eerdere verlies niet vanzelf verrekenbaar. Herstel van €70.000 naar €100.000 in 2028 geeft onder dezelfde vereenvoudigde aannames (€30.000 − €1.800) × 36% = €10.152. Dit is geen definitieve aanslag. Algemene uitleg staat ook bij ABN AMRO MeesPierson; de eerdere specifieke waardering als “fundamentele onrechtvaardigheid” is hier niet opnieuw bevestigd.

Het overgangsrisico

Een overgang tussen stelsels kan gevolgen hebben voor de waardering en verliesverrekening. Verkopen vóór 2028 levert niet automatisch belastingbesparing op. Baseer transacties niet op een veronderstelde ingangsdatum of op deze vereenvoudigde voorbeelden.


De bv als alternatief voor grote bedragen

Een bv kent een andere fiscale behandeling dan privébezit. Een vergelijking vergt de regels voor waardering, winst, uitkeringen en de persoonlijke situatie; een algemeen bedrag waarboven een bv gunstiger is, bestaat hier niet.

Een bv betaalt vennootschapsbelasting over haar belastbare winst. Dat hangt niet af van het wel of niet uitkeren van dividend. Een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang kan daarnaast box 2-belasting betalen over dividend en verkoopwinst op aandelen. De waardering van crypto en eventuele dividendbelasting moeten afzonderlijk worden beoordeeld. De eerdere claim dat alle heffing kan worden uitgesteld zolang geen dividend wordt uitgekeerd, was onjuist.

Een bv brengt oprichtings- en administratiekosten mee en is niet automatisch fiscaal gunstiger. Laat de volledige belastingdruk, waarderingsregels en kosten voor jouw situatie doorrekenen voordat je een structuur wijzigt.


De politieke discussie en wat die voor jou betekent

De NOS berichtte over de discussie rond het nieuwe stelsel. Jaarlijkse heffing over ongerealiseerde waardestijging kan een liquiditeitsvraag opleveren. Hoe zwaar die uitvalt, hangt af van de uiteindelijke wet en de persoonlijke situatie.

De parlementaire discussie gaat onder meer over jaarlijkse vermogensaanwas, belasting bij verkoop, uitvoerbaarheid en verliesverrekening. De uiteindelijke uitkomst volgt uit de wetgeving, niet uit de voorkeur van één partij.

Volgens het Eerste Kamerdossier vond de plenaire behandeling plaats op 30 juni 2026. Daarbij werd uitstel van de stemming gevraagd in afwachting van novelle(s). De beoogde invoering per 2028 blijft afhankelijk van verdere parlementaire behandeling.

Het kabinet houdt 2028 als beoogd invoeringsjaar aan en onderzoekt verdere verbeteringen, waaronder heffing op basis van vermogenswinst. Controleer de actuele wetgevingsstand voordat je aan toekomstige regels gevolgen verbindt.

DAC8 kent wel al gegevensverzameling vanaf 2026. De eerste Nederlandse rapportage over dat jaar volgt uiterlijk 31 januari 2027. Dat staat los van de vraag of en wanneer het nieuwe box 3-stelsel wordt ingevoerd.


Veelgemaakte fouten bij crypto in box 3

De grootste fout is rekenen met de verkeerde datum. Voor het forfait telt de waarde op 1 januari. Bij werkelijk rendement zijn ook inkomsten en waardeveranderingen gedurende het jaar nodig. Een tweede fout is stablecoins vergeten omdat ze als cash voelen. Ook USDT, USDC en andere stablecoins zijn vermogen. Recente marktverschuivingen, zoals de discussie rond USDC-volume en Tether, veranderen niets aan die aangifteplicht.

Een derde fout is denken dat DeFi buiten beeld blijft. Lending, liquiditeitspools, wrapped tokens en airdrops kunnen allemaal administratie vragen. Tokenisatie maakt dat nog belangrijker. Bij nieuwe productvormen, zoals de groei van tokenisatie via Securitize, moet je zowel de peildatumwaarde als de gegevens voor eventueel werkelijk rendement kunnen onderbouwen.

Welke bewijzen bewaar je per exchange of wallet?

Bewaar per platform een CSV-export, een screenshot van het saldo rond 1 januari, de gebruikte koersbron en een overzicht van stortingen en opnames. Voor wallets bewaar je geen seed phrase in je belastingmap, maar wel openbare adressen, saldo-overzichten en eventueel blockexplorerlinks. Noteer ook welke wallet bij jou hoort, zodat je later kunt verklaren waarom een adres in de administratie staat.

Maak dit elk jaar direct na de peildatum. Wachten tot de aangifteperiode vergroot de kans dat exchange-exports veranderen, apps oude data verbergen of je niet meer precies weet waarom een transactie plaatsvond.

Praktische tips voor betere aangifte en lagere belasting

Exporteer nu al je transactiehistorie. Alle grote exchanges bieden een CSV-export. Doe dit voor elk platform waarop je actief bent of was: OKX, Kraken, Bybit en elk ander platform. Bewaar de bestanden op twee locaties.

Bewaar controleerbare waarderingen. Leg de waarde op de relevante peildatum vast met bron, tijdstip, saldo en transactiebestanden. Een opgeslagen koerspagina of screenshot kan ondersteunen, maar bewijst op zichzelf niet jouw volledige bezit of rendement.

Controleer de partnerverdeling. Fiscale partners kunnen de gezamenlijke grondslag volgens de aangifteregels verdelen. Dat is geen overdracht van crypto “op papier”. Bereken beide aangiften samen en zorg dat de verdeling optelt tot 100%.

Vergelijk werkelijk rendement. Gebruik de gehele box 3-positie, inkomsten en waardeveranderingen, gecorrigeerd voor stortingen en onttrekkingen. Vanaf 2025 kan de opgave in de gewone aangifte. Alleen een lager cryptosaldo is onvoldoende voor de berekening.

Controleer je aangifteplicht. Een aangiftebrief moet je beantwoorden binnen de gestelde termijn. Ook zonder brief kan aangifte verplicht zijn, onder meer bij te betalen belasting boven de aanslaggrens. Winst of verlies op crypto beslist dat niet op zichzelf.

Volg de wetgeving voor 2028. Houd administratie bij die ook werkelijk rendement kan onderbouwen. Een verkoop of bv-oprichting is geen vanzelfsprekende reactie op een nog niet ingevoerd voorstel. Laat grote structuurkeuzes afzonderlijk beoordelen.

Geef ook crypto met privacyfuncties correct aan. Een mixer of privacycoin verandert de fiscale behandeling niet automatisch. Bewaar voldoende gegevens om bezit en transacties te kunnen verklaren.


Veelgestelde vragen

Moet ik belasting betalen als crypto minder waard is dan de aankoopprijs? De aankoopprijs alleen bepaalt box 3 niet. Het forfait gebruikt peildatumwaarden; tegenbewijs kijkt naar het werkelijke rendement over je gehele box 3-positie. Vanaf 2025 kun je dat in de aangifte opgeven. Verlies op één munt betekent niet automatisch dat alle box 3-heffing vervalt.

Wat is de peildatum voor de aangifte over 2025, ingediend in 2026? De peildatum voor belastingjaar 2025 is 1 januari 2025. De aangiftedatum hangt af van je situatie. Bij een aangiftebrief staat de datum in de brief, vaak 1 mei 2026. Met tijdig uitstel is dat meestal 1 september 2026. Zonder aangiftebrief maar met te betalen belasting boven de aanslaggrens lag de algemene datum voor aangiftejaar 2025 op 14 juli 2026; die datum is voorbij.

Wat als mijn vermogen onder €59.357 ligt? Dit is de vrijstelling per persoon voor de forfaitaire berekening over 2026, niet voor 2025. Bij werkelijk rendement geldt geen heffingsvrij vermogen. Een aangiftebrief, andere inkomsten en bijvoorbeeld toeslaggegevens kunnen bovendien maken dat je toch gegevens moet opgeven.

Valt staking in box 1 of box 3? Bij normaal privévermogensbeheer doorgaans in box 3; werkzaamheden kunnen een andere indeling geven. Bij het forfait telt de peildatumwaarde. Voor werkelijk rendement kunnen ook beloningen en waardeveranderingen meetellen.

Kan ik cryptoverlies aftrekken? Een lager werkelijk rendement over je gehele box 3-positie kan via tegenbewijs de heffing verlagen. Dat is geen algemene aftrekpost voor ieder cryptoverlies. Voorwaartse verliesverrekening in het beoogde nieuwe stelsel is nog afhankelijk van de wetgeving.

Wat doet DAC8? Rapporterende aanbieders verzamelen vanaf 2026 de voorgeschreven klant- en transactiegegevens. De eerste Nederlandse rapportage over 2026 moet uiterlijk 31 januari 2027 binnen zijn. Niet iedere walletmaker is automatisch rapportageplichtig.

Moet ik mijn hardware wallet opgeven? Ja. De locatie van jouw crypto, of dat nu op een exchange, in MetaMask, in een Ledger of in een paper wallet is, maakt voor de aangifteplicht geen verschil. Voor het forfait telt de waarde op 1 januari; bij werkelijk rendement zijn ook gegevens over het hele jaar nodig. Lees ook ons artikel over de beste crypto wallet in Nederland voor meer informatie over opties.

Wanneer gaat het nieuwe stelsel in? Het kabinet beoogt 2028. De Tweede Kamer nam het voorstel op 12 februari 2026 aan. Na de plenaire behandeling op 30 juni werd uitstel van de Eerste Kamerstemming gevraagd in afwachting van novelle(s). De invoering en uiteindelijke inhoud zijn nog niet definitief.

Komt er een drempel voor verliesverrekening? Het op 12 februari 2026 gewijzigde voorstel noemt een verliesdrempel van €500. Dat is nog geen ingevoerde regel en geldt niet vanzelf voor verliezen uit 2027 of eerdere jaren.

Raakt de voorgestelde vermogensaanwasbelasting crypto? Ja, het voorstel rekent voor crypto in beginsel met jaarlijkse inkomsten en waardeveranderingen, ook zonder verkoop. De definitieve regels en ingangsdatum hangen nog af van verdere wetgeving.

Is de aangiftedeadline voor iedereen gelijk? Nee. Volg de termijn in je aangiftebrief of verleende uitstel. Zonder brief gold voor 2025 uiterlijk 14 juli 2026 als je meer dan de aanslaggrens moest betalen. Bij een gemiste termijn moet je controleren hoe je alsnog aangifte doet.


Tarieven en vrijstellingen op een rij, 2024 tot 2028

2024202520262028 (voorstel)
Heffingsvrij vermogen€57.000€57.684€59.357Vervalt volgens voorstel
Heffingsvrij resultaat–––€1.800 volgens voorstel
Fictief rendement crypto6,04%5,88%6,00%Niet van toepassing
Belastingtarief box 336%36%36%36%
Belastbaar momentForfait: waarde 1 jan; tegenbewijs mogelijkForfait: waarde 1 jan; tegenbewijs mogelijkForfait: waarde 1 jan; tegenbewijs mogelijkJaarlijkse waardeverandering
Ongerealiseerde winst belastIndirectIndirectIndirectJa, volgens voorstel
VerliesverrekeningNeeNeeNeeVoorgesteld, met voorwaarden

Meer crypto gidsen