BPI en de American Bankers Association leggen de stablecoinregels terug op het werkbord van compliancebouwers. In hun brief van 18 september vragen de bankenkoepels de FDIC om de voorgestelde rapportageformulieren voor permitted payment stablecoin issuers pas vast te zetten nadat de inhoudelijke GENIUS Act-regels klaar zijn. Voor leveranciers is dat geen procedurepunt. De formulieren bepalen straks welk reservedetail, welke looptijddata en welke validaties issuerplatforms iedere week moeten kunnen leveren.
| Wat je moet weten |
|---|
| 1BPI en ABA dienden op 18 september commentaar in op FDIC-formulieren onder OMB-nummer 3064-0225 voor FDIC-supervised permitted payment stablecoin issuers. |
| 2De FDIC-notice van 20 juli beschrijft wekelijkse en kwartaalformulieren voor stablecoinuitgevers onder de GENIUS Act. |
| 3De bankenkoepels willen geen lichtere wekelijkse PS-01a-route voor kleinere issuers, maar dezelfde reservedetails voor alle FDIC-PPSI's. |
| 4Ze maken bezwaar tegen tokenized-reservebalansen, individuele Treasury-identifiers en de korte validatieperiode voor wekelijkse rapportages. |
Waarom deze formulieren tellen
De FDIC publiceerde de conceptformulieren op 20 juli. Het pakket hoort bij OMB control number 3064-0225 en omvat wekelijkse en kwartaalrapportages voor FDIC-supervised PPSI’s. De bankgroepen steunen toezicht op reserves, uitgifte en financiĆ«le positie, maar willen dat de FDIC eerst de inhoudelijke eisen voor stablecoinuitgevers finaliseert en daarna de formulieren opnieuw voorlegt.
Die volgorde raakt softwareleveranciers direct. Als de formulieren voorlopen op de regels, bouwen teams datavelden, controles en rapportagelogica rond een ontwerp dat later kan draaien. De BPI-brief noemt precies waar die spanning zit: operationele liquiditeit, reserveopbouw, tokenized reserve assets, Treasury-looptijden en indieningsdeadlines.
De datavelden worden producteisen
Een opvallend punt is de wekelijkse PS-01. De FDIC stelt een lichtere PS-01a voor voor issuers met minder dan 1 miljard dollar aan uitstaande stablecoins en minder dan 100 miljoen dollar gemiddeld dagvolume. BPI en ABA vragen de FDIC juist om alle FDIC-PPSI’s de volledige PS-01 te laten indienen. Hun reden is praktisch: de verkorte versie mist reservedetail, waaronder gewogen gemiddelde looptijd.
Voor regtech- en treasurysoftware betekent dit dat de kleinste toegestane rapportageset geen handig startpunt is. Een issuer die later groeit, of die onder een andere toezichthouder vergelijkbare velden nodig heeft, moet dezelfde onderliggende reservedata toch al bewaren. Leveranciers hebben daarom meer aan een volledig schema met aan- en uitzetbare rapportageregels dan aan een apart klein-issuerpad.
De lastigste velden
De bankgroepen vragen de FDIC ook om geen balansbedragen van tokenized reserve assets uit te vragen. Als de FDIC die informatie toch wil, stellen zij percentageranges voor en vragen zij om uitleg of een digitale representatie bij de Depository Trust Company daaronder valt. Dat detail is klein, maar het bepaalt hoe custodydata, reserveclassificatie en rapportagevelden aan elkaar moeten worden gekoppeld.
Ook Treasuryrapportage krijgt een datamodelpunt. BPI en ABA willen geaggregeerde looptijdbuckets in plaats van individuele identifiers voor elke Treasury-positie. Dat verlaagt de gevoeligheid van de rapportage en voorkomt dat leveranciers security-level lijsten moeten exporteren waar toezicht met looptijdgroepen genoeg kan hebben.
De timing is het derde knelpunt. De conceptformulieren werken met een rapportageweek van zaterdag tot en met vrijdag en een deadline op woensdag om 17.00 uur Eastern Time. De bankenkoepels vragen meer tijd om cijfers te verzamelen, te controleren en formeel te valideren. Voor leveranciers is dat vooral workflowwerk: statussporen, maker-checker-controles en auditlogs worden even belangrijk als het veld zelf.
Waar leveranciers nu op kunnen letten
Deze brief verandert de GENIUS Act-regels niet. Hij laat wel zien welke stablecoinrapportage moeilijk wordt zodra toezichthouders de formulieren standaardiseren. Een bruikbaar systeem moet reserveactiva kunnen bucketen, tokenized assets apart kunnen labelen, dagelijkse gemiddelden kunnen herleiden en dezelfde brondata naar verschillende toezichthouders kunnen mappen.
De FDIC moet de reacties nog verwerken. Tot die tijd ligt de les bij de datalaag: bouw geen rapportage rond losse pdf-velden, maar rond herleidbare reserve- en transactiedata met versiebeheer per formulier. Als de FDIC de formulieren later aanpast, hoeft een issuer dan niet zijn hele complianceketen opnieuw te tekenen.
Bronnen: BPI/ABA-commentaarbrief, FDIC Federal Register-notice 2026-14589 en OMB control number 3064-0225.






