De Europese Centrale Bank verhoogde in juni de rente, terwijl de economie juist afkoelt. Dat is een ongemakkelijke combinatie. Voor mij is het precies het moment waarop de zaak voor harde activa sterker wordt. Ik leg uit waarom.
| Wat je moet weten |
|---|
| 1De ECB voert een verkrappend beleid terwijl de economie afkoelt. Op 17 juni 2026 ging de depositorente omhoog naar 2,25 procent, de eerste verhoging sinds 2023. |
| 2De groei stokt: het eurogebied groeide in het eerste kwartaal van 2026 met 0,1 procent, en voor heel 2026 wordt 0,9 procent verwacht. |
| 3Draait de ECB straks bij en daalt de rente, dan wordt Europees schuldpapier opnieuw geprijsd. Het rendement dat je nog kunt vastzetten wordt lager, na inflatie soms zelfs negatief. |
| 4Ik zie de zaak voor harde activa daardoor groeien. Schaarste laat zich niet bijdrukken. |
De ECB verkrapt in een dalende economie
Laat ik bij het begin beginnen. Op 11 juni 2026 besloot de ECB haar drie belangrijkste rentes met 0,25 procentpunt te verhogen. Sinds 17 juni staat de depositorente, de rente die banken bij de centrale bank krijgen, op 2,25 procent. Het is de eerste verhoging sinds 2023, blijkt uit de officiële rentetabel van de ECB. De aanleiding is de energieschok door de oorlog in het Midden-Oosten. De inflatie liep in mei op naar 3,2 procent, met energie op bijna 11 procent, aldus de toelichting van de ECB.
Tegelijk staat de economie zo goed als stil. In het eerste kwartaal groeide het eurogebied met 0,1 procent, en voor heel 2026 rekent de Europese Commissie op 0,9 procent groei. Die voorjaarsraming wijst diezelfde energieschok aan als oorzaak. Een centrale bank die verkrapt terwijl de groei stokt: dat is de spanning waar mijn verhaal begint.
Wat gebeurt er als de ECB bijdraait
De ECB kan niet eeuwig verkrappen. Zodra de energieschok wegebt en de zwakke economie de overhand krijgt, komt de omslag. Verlaagt de ECB dan de rente, dan daalt de rente in de hele eurozone. En dan gebeurt er iets met obligaties, oftewel schuldpapier.
Bestaande obligaties met een hoge coupon worden op dat moment meer waard. Maar het rendement dat je op nieuw schuldpapier kunt vastzetten, wordt lager. Trek daar de inflatie van af en je houdt soms een negatief reëel rendement over, oftewel een rendement dat na inflatie onder nul zakt. Voor beleggers die vooral obligaties met een lange looptijd aanhouden, verdampt zo het rendement waar ze op rekenden. Ik wees er eerder al op dat negatieve reële rentes hun hele portefeuille raken.
En dit is geen kwestie van een paar maanden. De inflatie zakt volgens de eigen raming van de ECB pas in het najaar van 2027 terug naar 2 procent. Zo lang de prijzen sneller stijgen dan het schuldpapier oplevert, staat het reële rendement onder druk. Dat is de kern van het probleem voor de Europese obligatiebelegger.
Waarom de zaak voor harde activa groeit
Hier komt mijn conclusie. Als vastrentend papier zijn rendement verliest, gaat kapitaal op zoek naar iets anders. Naar harde activa: bezittingen die schaars zijn en die je niet zomaar kunt bijmaken. Goud is het klassieke voorbeeld. Bitcoin is het nieuwste.
De hoeveelheid bitcoin ligt vast op 21 miljoen stuks. Geen centrale bank kan er meer bij drukken. Juist dat maakt het aantrekkelijk wanneer de rente daalt en geld goedkoper wordt. Dat de koers nu rond de 61.700 dollar staat, ruwweg de helft onder de recordstand van oktober 2025, verandert dat verhaal niet. De zaak voor schaarste is voor mij structureel, niet iets van vandaag of morgen.
In mijn vorige column liet ik zien hoe bedrijven als Strategy hun kapitaalstructuur rond bitcoin bouwen. Dat is de andere kant van dezelfde medaille. Waar de klassieke obligatiemarkt rendement inlevert, zetten deze bedrijven juist een balans op harde activa. De druk op Europese vastrentende beleggers en de opkomst van bitcoin als reserve horen dus bij elkaar. De ECB levert het decor, de schaarste doet de rest.
Wil je mijn analyses volgen? Volg me op X via @khingoei voor dagelijkse updates over bitcoin en de kapitaalmarkten. Onwards.






