Donderdagochtend reed ik langs een tankstation op de Rotterdamse Maasboulevard. €2,79 voor een liter diesel. De week ervoor was het nog €2,68. In één dag tien cent erbij. De vrouw voor mij schudde haar hoofd, tankte toch maar vol en reed weg. Ze had geen keuze.
Intussen rijden truckers in konvooi over de Afsluitdijk en de A4 als protest tegen diezelfde dieselprijzen. De baas van het Internationaal Energie Agentschap waarschuwt dat Europa het olietekort deze maand echt gaat voelen. De Australische premier hield deze week een tv-toespraak, kondigde belastingkortingen aan en zei: “Deze crisis zal nog maanden bij ons zijn. Let een beetje op elkaar.” Italië verlaagde de brandstofprijs met 25 cent per liter. Oostenrijk deed er vijf cent af. Zweden ook.
Wat doen wij? Wij wachten.
Wat het kabinet zegt
Premier Rob Jetten zei donderdag op zijn wekelijkse persconferentie: “Je moet ook niet met een schot hagel aan maatregelen komen.” Hij wil een scalpel, geen bazooka. Gerichte hulp voor de branches en burgers die het hardst worden geraakt: transport, visserij, mensen in armoede.
Minister van Klimaat Stientje van Veldhoven voegde toe: “We kijken heel breed, maar we gaan niet alles doen.” Een accijnsverlaging is politiek aantrekkelijk, maar ook kostbaar en ongericht. Elke cent minder accijns kost de staat al snel 50 miljoen euro. En de korting helpt ook mensen die geld genoeg hebben.
Dat zijn geen domme argumenten. Maar ondertussen stijgt de prijs aan de pomp elke dag. Benzine staat nu op €2,595 per liter. Tankstations in Amsterdam, Utrecht en Den Haag zien hun omzet met 10 tot 20 procent dalen. Mensen tanken minder, of rijden bewust naar de goedkoopste pomp. De app van MKB Brandstof trok normaal 350 gebruikers per dag. Vorige week waren dat er meer dan 2.000.
Dit gevoel kennen we al
Er zit iets vertrouwds in deze Haagse aarzeling. In 2020, vlak voor corona toesloeg, klonken vergelijkbare geluiden. Ziekenhuizen waren voorbereid. Directeur Jaap van Dissel nuanceerde de risico’s van carnaval. Daarna kwamen de lockdowns alsnog.
Crisisexpert Arjen Boin, hoogleraar aan de Universiteit Leiden, weet waarom overheden zo vaak te laat reageren. “Precies op het juiste moment ingrijpen is het lastigste bij een crisis. Als je als regering te vroeg alarm slaat, zegt iedereen: waar heb je het over! Als je te laat met grote woorden komt, zegt het publiek: ja goh, kom je nu mee.”
Daarbij speelt de typisch Hollandse reflex: zo’n vaart zal het niet lopen. Ambtenaren van betrokken ministeries zeggen dat we nog voor “enkele maanden” aan voorraad hebben. Dus waarom nu al ingrijpen? Het kabinet erkent intussen wel dat het aan het begin te laconiek was. Excuses zijn gemaakt.
De klok tikt
De brandstofprijzen stijgen door de Iran-oorlog, die op 28 februari begon met de eerste aanvallen. Olie is sindsdien met 40 procent duurder geworden. De situatie verbetert voorlopig niet. Vredesgesprekken lopen, maar Iran ontkent ze officieel.
Het kabinet wil binnen enkele weken een pakket presenteren. Gerichte compensatie voor de zwaarst getroffen sectoren. Maatwerk. Dat klinkt verstandig. Maar verstandig en snel zijn zelden hetzelfde. Zie ook onze analyse van hoe obligatierentes stijgen door de Iran-oorlog en wat dat betekent voor de koopkracht van gewone huishoudens.
De vrouw bij het tankstation op de Maasboulevard kan niet wachten op een pakket dat over enkele weken misschien klaar is. Zij betaalt elke dag.






