Vanochtend treedt fase 1 van het Landelijk Crisisplan Olie officieel in werking. Vanmiddag debatteert de Tweede Kamer over netcongestie. Oude energie kan Nederland niet meer binnen. Nieuwe energie komt niet door de kabels. Beide problemen zijn stroomproblemen, en ze spelen tegelijk in één stad.
Voor een gewone nieuwslezer ogen dit als twee aparte dossiers. Voor iemand die in crypto of AI zit, zijn ze hetzelfde verhaal. Nederland wil tegelijk een fossiele economie beschermen en een digitale hub worden. Vandaag wordt duidelijk dat geen van beide ambities zonder elektriciteit gaat. En precies dat hebben we niet genoeg.
Wat Den Haag vandaag op tafel heeft
Om negen uur zat het kabinet-Jetten bij elkaar om de eerste fase van het Landelijk Crisisplan Olie officieel aan te zetten. Het Nationaal Crisiscentrum is aangehaakt, oliemaatschappijen zitten in overleg, strategische voorraden staan klaar. Geen rantsoenering, nog steeds geen pompbeperkingen. Voorbereiding alleen. Ik beschreef het mechanisme achter dit plan eerder in mijn analyse van het crisisplan.
Op dezelfde dag staat netcongestie op de agenda van de Tweede Kamer. De omschrijving in de Kamerstukken leest droog. “Het volle stroomnet zorgt voor veel problemen. Bedrijven, zorginstellingen, scholen en woningbouwprojecten moeten lang wachten.” Achter die zin zit een pijnlijke realiteit. De vraag naar elektriciteit groeit sneller dan het net kan bijhouden. Nederland loopt achter op zijn eigen energietransitie.
De brandstofkranen komen niet binnen door Hormuz. De elektriciteit kan niet naar waar ze nodig is door gebrek aan kabels en transformatoren. Twee parallelle bottlenecks. Eén land dat zijn industriële ambitie heeft gekoppeld aan energiestromen die op verschillende manieren vastzitten.
Vijftienduizend bedrijven wachten
De voorjaarsrapportage 2026 van Netbeheer Nederland levert de harde cijfers. Ruim 15.000 aanvragen voor afname staan op de wachtlijst bij de regionale netbeheerders. Goed voor 9305 megawatt aan stroom die ondernemers willen afnemen, maar niet kunnen. Een jaar geleden waren dat er nog 12.000, goed voor 6739 megawatt. De wachtrij groeit met 25% per jaar.
TenneT, de landelijke netbeheerder, zag de eigen wachtlijst het afgelopen jaar iets dalen. Niet omdat de druk afnam, maar omdat bedrijven nu via regionale partners aansluiten. Liander, Stedin en Enexis krijgen die aanvragen op hun stapel. De druk verschuift, hij verdwijnt niet.
Waar concentreert het probleem zich? In Noord-Holland is de situatie het scherpst. Regionale netbeheerder Liander meldt dat de regio Vijfhuizen een acuut overbelast net heeft. Datacenters zijn daar de dominante oorzaak van het hoge verbruik. TenneT verwacht daar de eerste serieuze overbelasting in de winter van 2026 op 2027. Vijf maanden vanaf nu.
Flevoland, Gelderland en Utrecht staan volgens de laatste TenneT-analyse op de rand van stroomuitval. Minister Hermans noemde het scenario “meer dan ontstemd” toen ze erover werd geïnformeerd. De analyse is slechter dan een jaar geleden, ondanks miljoenen aan investeringen in netuitbreiding.
Vanaf 1 juli iedereen op de wachtlijst
Tot nu toe hadden huishoudens en kleine bedrijven voorrang. Een aansluiting tot 3 maal 80 ampère werd zonder wachten aangesloten. Die voorrang vervalt op 1 juli 2026. Vanaf die datum gaan ook een nieuwe keuken met inductieplaat, een warmtepomp of een laadpaal op een wachtlijst. Als er geen capaciteit beschikbaar is, moet je wachten.
Dat is een politieke grens. Tot nu toe leek netcongestie een probleem van de industrie. Vanaf juli wordt het een probleem van de consument. Wie een aardgasketel vervangt en elektrisch wil, stuit op dezelfde bureaucratie. Die houdt al drie jaar nieuwe datacenters tegen.
Voor Nederlandse cryptobezitters die thuis mijnen (een nichehobby, maar wel een bestaande) is dit het einde van een tijdperk. Een Bitcoinminer van enige schaal in Nederland was al economisch onhaalbaar door stroomprijzen van 30 tot 40 eurocent per kilowattuur. Met netcongestie erbovenop wordt het ook een kleinschalige rig voor Ethereum-miners of Render-nodes onmogelijk om thuis op te zetten.
De AI-ambitie die stukloopt op het net
De Nederlandse overheid heeft 200 miljoen euro toegezegd voor een nationale AI-factory en 500 miljoen voor een AI-investeringsfonds. Dat is het grootste digitale infrastructuurbudget sinds de breedbandgolf in de jaren 2000. Maar een AI Factory heeft stroom nodig. Veel stroom. Tientallen tot honderden megawatt per gebouw.
En dat is precies wat er niet beschikbaar is. De prognose van het Internationaal Energieagentschap is helder. Wereldwijd stijgt datacenterverbruik van 415 terawattuur in 2024 naar zo’n 945 terawattuur in 2030. Een verdubbeling in zes jaar. Datacenters kunnen in twee tot drie jaar operationeel zijn. Netuitbreiding duurt vijf tot tien jaar.
De tijdsmismatch is het kernprobleem. Je kunt geen AI-economie bouwen die sneller groeit dan het fysieke stroomnet dat haar voedt. Nederland heeft zich toezeggingen laten doen op papier zonder de elektriciteit om ze uit te voeren.
Een ING-bankier deed in februari een voorstel. Koppel AI-datacenters direct aan windparken en kerncentrales, buiten het nationale stroomnet om. Dat zou technisch werken. Maar het zegt iets anders. Een bank adviseert de staat om het publieke net te omzeilen, omdat die staat de eigen infrastructuur niet snel genoeg uitbouwt. Ik schreef eerder over de bredere de wereldwijde AI-compute-schaarste die hiermee samenhangt.
Wat dit voor crypto-gebruikers betekent
Op het eerste gezicht lijkt netcongestie geen crypto-onderwerp. Maar kijk verder en het verhaal is fundamenteler. Decentraal rekenen wordt aantrekkelijker wanneer centrale computecapaciteit schaars is. Projecten als Render, Akash en Bittensor werken aan precies dat. Elke AI-taak die niet in een Amsterdams datacenter kan draaien, zoekt een alternatief. Netwerken die rekenkracht over huishoudens en kleine servers verspreiden, kunnen dat worden.
Voor mij is dat de eerste serieuze use-case voor compute-tokens in een realistische economie. Niet omdat decentrale netwerken moreel beter zijn, maar omdat gecentraliseerde AI-aanbieders fysiek niet kunnen opschalen. Wanneer Microsoft in Nederland geen Azure-datacenter kan aansluiten, ontstaat er een markt. Iedereen met een GPU en een residentiële aansluiting wordt interessant als aanbieder.
Bitcoin als reserve-asset krijgt een vergelijkbare ruggensteun. Energieschaarste wordt structureel. Een asset zonder tegenpartijrisico en met een voorspelbare voorraad houdt waarde in die omgeving. Niet omdat Bitcoin het stroomnet oplost, maar omdat het een hedge biedt tegen de economische gevolgen van een trage energietransitie. Nederlandse bezitters vallen al onder een fiscaal regime met 5,88% fictief rendement. Dat maakt reëel rendement op Bitcoin voor hen extra relevant.
Waar Europa inspringt
De Europese Commissie heeft voor het tweede kwartaal van 2026 een Data Centre Energy Efficiency Package aangekondigd. Dat pakket introduceert een Europees ratingsysteem voor datacenters. Het stelt minimumnormen aan energieverbruik en verplicht tot publieke rapportage. Goede maatregelen, geen oplossing voor het Nederlandse probleem.
Efficiënter kunnen bouwen helpt als je toch al aan het bouwen bent. In Nederland is de vraag of je überhaupt aan een stroomaansluiting komt. Europa kan de kwaliteit van datacenters verhogen, maar Nederland moet zelf zijn net uitbreiden. En zelfs het TenneT-investeringsprogramma van 2025 tot 2030 voorziet niet in genoeg capaciteit om de huidige vraag te accommoderen.
Het Wetsvoorstel Bestrijden Energieleveringscrisis treedt op zijn vroegst in 2028 in werking. Die wet moet een wettelijke basis geven voor preventieve energiemaatregelen. Dat is twee jaar na de eerste voorspelde winteroverbelasting. Structurele wetgeving loopt twee winters achter op de werkelijkheid.
Het verhaal achter de twee crises
Dat het crisisplan olie en de netcongestiediscussie op dezelfde dag bij elkaar komen, is toeval van de politieke agenda. Maar het patroon is geen toeval. Nederland heeft de afgelopen twintig jaar besloten niet meer afhankelijk te willen zijn van fossiele brandstoffen uit instabiele regio’s. Tegelijk was het land niet bereid om nationale kerncentrales of grote elektriciteitsinfrastructuur aan te leggen. Het gevolg is dat we op beide fronten kwetsbaar zijn geworden.
Cryptogebruikers zagen deze spanning als eersten aankomen. Toen China in 2021 Bitcoin-mining verbood, verschoof de industrie razendsnel naar locaties met overcapaciteit aan goedkope stroom. Texas, IJsland, delen van Canada. Nederland stond nooit op die lijst, omdat stroom hier te duur en te schaars was. Wat voor Bitcoinminers al een feit was, wordt nu een feit voor elke digitale onderneming.
Wat ik deze week ga volgen, handel je zelf; doe het dan via OKX of Bybit EU, beide MiFID-gereguleerd via de MFSA in Malta. Let op de koersen van Render (RNDR), Akash (AKT) en Bittensor (TAO). Decentrale compute-tokens reageren traditioneel pas laat op fysieke infrastructuurcrises. Maar wanneer ze beginnen te bewegen, gaat het hard.
Nederland wil twee dingen tegelijk. Een fossielonafhankelijke toekomst en een digitale voorsprong. Vandaag, in die twee vergaderingen in Den Haag, wordt zichtbaar dat we er geen van beide krijgen. Niet zolang de kabels in de grond niet worden uitgebreid. De elektriciteit om beide ambities waar te maken bestaat nog niet in het net. En tot we die kabels hebben aangelegd, verliest het land dagelijks een stuk digitale toekomst. Aan concurrenten die wel stroom hebben.
Disclaimer: dit artikel is uitsluitend informatief en vormt geen beleggingsadvies. Beleggen in crypto brengt risico op verlies met zich mee. OKX is gereguleerd door de MFSA in Malta (licentienummer VFA/00015). Bybit EU is gereguleerd door de MFSA in Malta (licentienummer VFA/00026). Bronnen: Kamerstukken Tweede Kamer, VEMW, Netbeheer Nederland, TenneT, Liander, IEA, Europese Commissie.






