De grafiek van Deutsche Bank zegt genoeg. De blauwe lijn, de S&P 500 tijdens de Iran-oorlog, daalt ver onder de mediaan van alle grote geopolitieke schokken sinds 1939. Rond handelsdag 21 raakt de index het geelomcirkelde dieptepunt: een niveau van ongeveer 91, terwijl de mediaan op dat moment al herstelt richting 99. De markt reageert op de Iran-oorlog dus harder dan op bijna elk ander conflict in de moderne geschiedenis.
Wat er precies gebeurt op de beurzen
De cijfers zijn pijnlijk. Volgens Bloomberg boekte de S&P 500 op 26 maart zijn slechtste dagverlies sinds de Iran-oorlog begon, met een daling van 1,7 procent naar de laagste slotkoers in zeven maanden. De Nasdaq 100 verloor 2,4 procent. De Dow Jones Industrials daalden 1,7 procent. Alle drie de indices staan op hun laagste punt sinds augustus 2025.
De S&P 500 heeft vijf weken op rij verlies geleden. Dat is de langste reeks van wekelijkse verliezen in bijna vier jaar. Vanuit de piek van eind januari staat de index inmiddels 8,74 procent lager. De Nasdaq staat 12,5 procent onder zijn recordstand van oktober 2025.
De oorzaak is steeds dezelfde. De olieprijzen zijn sinds het begin van de aanvallen op 28 februari met 40 procent gestegen. Brent ruwe olie sloot vrijdag op $112,57 per vat, het hoogste niveau sinds de oorlog begon. Hogere olieprijzen betekenen hogere inflatie. Hogere inflatie betekent dat de Federal Reserve de rente langer hoog houdt. En dat weegt op alle risicovolle activa, van aandelen tot crypto.

Waarom de reactie erger is dan normaal
Historisch gezien herstellen aandelenmarkten relatief snel van geopolitieke schokken. Na de Golfoorlog van 1990 steeg de S&P 500 met 16 procent. Na de Irakoorlog van 2003 was dat 14 procent. Maar de huidige situatie wijkt af. Volgens CNN Business zijn er nu drie factoren die gelijktijdig spelen en die ook bij eerdere grote dalingen aanwezig waren: hoge waarderingen, stagflatie-risico en een externe schok.
De Shiller koers-winstverhouding staat op 37,5, ver boven het historische gemiddelde van 21,3 bij het begin van eerdere grote dalingen. De aandelenmarkt was dus al duur voordat de oorlog begon. De energieschok die nu op de markt drukt, treft bovendien een economie die al kampte met hardnekkige inflatie en neerwaartse druk door handelstarieven.
Deutsche Bank schrijft dat markten de fase naderen die historisch gezien het dieptepunt markeert bij geopolitiek-gedreven dalingen. Dat is het enige positieve nieuws. Maar de bank voegt eraan toe dat de huidige daling al voorbij het gemiddelde dieptepunt zit en dat verdere verslechtering mogelijk is.
Wat het slechtste scenario inhoudt
Wells Fargo schetste bij het begin van de oorlog een worstcasescenario: als de Straat van Hormuz langdurig geblokkeerd blijft en olie boven de $100 blijft, kan de S&P 500 zakken naar 6000 punten. Dat is een verdere daling van circa 13 procent tegenover het niveau van eind maart. De basisverwachting van dezelfde bank is een herstel naar 7500 punten eind 2026. Maar die verwachting is gebaseerd op een relatief snelle de-escalatie.
Voorlopig wacht de markt op een signaal. Vredesgesprekken lopen, maar Iran ontkent ze officieel. Olieprijzen blijven hoog. En de grafiek van Deutsche Bank laat zien dat de huidige verkoopreactie al buiten de normale grenzen valt. Zie ook onze eerdere analyse van hoe obligatierentes stijgen en de goudprijs instortte door dezelfde energieschok.






