In 2019 werd in het pensioenakkoord afgesproken dat je bij pensionering 10 procent van je opgebouwde pensioenkapitaal in ƩƩn keer zou kunnen opnemen. Dat was zeven jaar geleden. Er is nu eindelijk een nieuwe datum: 1 januari 2029. Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakte dat deze week bekend in een brief aan de Tweede Kamer.
Voor mensen die nu met pensioen gaan of de komende jaren stoppen met werken, is dit slecht nieuws. In de meeste berichtgeving wordt een cruciaal punt gemist: je kunt dit geld alleen opnemen op het moment dat je met pensioen gaat. Niet een jaar later, niet twee jaar later.
Wie voor 2029 met pensioen gaat, verliest deze mogelijkheid dus voorgoed.
Waarom dit zo lang duurt
De wet zelf bestaat al een tijdje. De Eerste Kamer nam in 2021 al een wetsvoorstel aan over het zogeheten “bedrag ineens”. Daarna kwamen er nieuwe zorgen, met name over de gevolgen voor toeslagen en belastingen. Daarvoor werd een herziene wet geschreven: de Wet herziening bedrag ineens. Die heeft de Tweede Kamer inmiddels goedgekeurd, maar wacht nog op behandeling door de Eerste Kamer. Haast is er voorlopig niet bij, want de wet gaat sowieso niet eerder in dan 2029.
De voornaamste reden is dat pensioenuitvoerders momenteel al hun energie steken in de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. De communicatie en keuzebegeleiding die het “bedrag ineens” vraagt, kunnen ze er nu niet bij dragen. Het kabinet heeft dat standpunt gehonoreerd.
De belastingval die niemand uitlegt
Het klinkt aantrekkelijk: 10 procent van je pensioenpot in ƩƩn keer opnemen. Een camper, een verbouwing, de hypotheek aflossen. Maar er is een fiscale kant die veel mensen verrast.
Als je dat geld opneemt, telt het mee als inkomen in het jaar van uitkering. Daardoor komen veel mensen in ƩƩn jaar boven de grens van de tweede belastingschijf uit. Die grens ligt in 2026 op 78.426 euro. Boven dat bedrag betaal je 37,56 procent belasting. Wie normaal in de eerste schijf valt, kan door de eenmalige opname tijdelijk in een hoger tarief terechtkomen.
Dat is niet altijd erg. Soms is het de moeite waard. Maar je moet het weten voordat je de keuze maakt, niet daarna.

Wat er met je toeslagen gebeurt
Er is nog een risico dat weinig aandacht krijgt: je toeslagen. De hoogte van je zorgtoeslag, huurtoeslag en andere toeslagen hangt af van je toetsingsinkomen. Neem je in ƩƩn jaar 10 procent van je pensioenpot op, dan stijgt dat inkomen fors. Dan kun je dat jaar je zorgtoeslag of huurtoeslag deels of volledig kwijtraken.
Dat is een tijdelijk effect. Het jaar daarna is het inkomen weer normaal en zijn de toeslagen terug. Maar je hebt dat jaar wel meer belasting betaald en minder toeslag ontvangen. Per saldo hou je minder over dan die 10 procent suggereert.
Dit is precies de reden waarom de herziene wet is gemaakt. De bedoeling was om pensioenfondsen te verplichten deelnemers hierover goed voor te lichten, voordat ze een keuze maken. Dat die verplichting er nog niet is, maakt de vertraging tot 2029 in elk geval wat begrijpelijker.
Wat dit voor jou betekent
Ga je de komende jaren met pensioen? Dan is het bedrag ineens er op dat moment simpelweg nog niet. De regeling bestaat nog niet op het moment dat je pensionering ingaat. En eenmaal gepensioneerd kun je er geen gebruik meer van maken. Dat is de harde werkelijkheid van dit uitstel.
Ga je in 2029 of later met pensioen? Dan heb je nog de tijd. Maar bereid je dan ook goed voor. Laat je adviseren door een onafhankelijk pensioenadviseur of een belastingadviseur over de gevolgen voor jouw specifieke situatie. Kijk daarbij niet alleen naar het bedrag dat je opneemt, maar ook naar wat er dat jaar met je toeslagen en belastingaanslag gebeurt.
De wet komt er. Maar dat duurt nog bijna drie jaar.






