Anthropic heeft zijn eigen medewerkers en werkende Amerikanen gevraagd welk deel van hun huidige werkuren AI in 2030 zou kunnen uitvoeren. De uitkomsten liggen ver uiteen: gemiddeld 75% bij de medewerkers, 28% bij de Amerikanen. De op 16 oktober gepubliceerde peiling geeft ook zicht op hun huidige gebruik, maar de vragenlijsten zijn niet op alle punten gelijk.
| Wat je moet weten |
|---|
| Onderzoek: Anthropic publiceerde op 16 oktober een vergelijking van Amerikaanse volwassenen en eigen medewerkers. |
| Werkuren: Medewerkers verwachten dat AI in 2030 gemiddeld 75% van hun huidige werkuren kan uitvoeren; werkende Amerikanen 28%. |
| Steekproef: De onderzoeken uit augustus omvatten 10.980 unieke Amerikaanse respondenten en 1.334 Anthropic-medewerkers. |
| Methode: Amerikanen konden 'weet niet' kiezen; de medewerkers konden vragen overslaan, maar hadden die antwoordoptie niet. |
In The AI expectations gap gaat de vraag over het eigen werk om het aandeel huidige werkuren dat AI zou kunnen uitvoeren. Dat is een andere maat dan het aantal werknemers dat een werkgever later nodig heeft. Dezelfde medewerkers verwachten bijna allemaal dat Anthropic het komende jaar blijft groeien: 95% voorziet meer personeel. Ook dat zijn persoonlijke verwachtingen, geen aangekondigd aannamebeleid.
Huidig gebruik: tijdwinst bij geschikte taken
Een tweede verschil betreft taken waarvoor de huidige AI volgens de vraagstelling goed geschikt is. Van de Amerikaanse volwassenen die AI op het werk gebruiken, zegt 26% zo’n taak met AI in een kwart van de tijd of minder af te ronden. Onder Anthropic-medewerkers is dat 59%. De vraag telt het controleren en verbeteren van de uitkomst mee.
Die afbakening maakt uit voor de uitleg. Een schatting van tijdwinst bij een geschikte taak zegt nog niet hoeveel sneller een volledige werkdag verloopt. De peiling vergelijkt antwoorden van mensen; zij is geen experiment waarin dezelfde werknemers een gelijke hoeveelheid werk met en zonder AI uitvoeren. De gemelde verschillen zijn dus geen gemeten productiviteitswinst voor een gemiddeld Nederlands bedrijf.
Wie antwoord gaf en wie āweet nietā kon kiezen
De methodologische bijlage verduidelijkt wie antwoord gaf.
Morning Consult ondervroeg Amerikaanse volwassenen tussen 11 en 23 augustus. Na verwijdering van herhaalde deelnames bleven 10.980 personen over. De onderzoekers wogen de antwoorden naar kenmerken van de Amerikaanse volwassen bevolking. De interne peiling liep van 9 tot 12 augustus en kreeg 1.334 reacties uit alle afdelingen.
Bij de Amerikaanse vragenlijst koos 12% tot 21%, afhankelijk van de vraag, voor āweet nietā. Die antwoorden zijn per vraag buiten de berekeningen gehouden. Medewerkers hadden die optie niet, maar mochten vragen overslaan. De vergelijking betreft daardoor groepen die op verschillende manieren een antwoord konden achterwege laten. Uit de bijlage volgt niet hoeveel van de gevonden kloof daarmee te verklaren is.
Bij de vraag over werkuren gebruikten medewerkers een schuifbalk. Amerikanen kozen een bereik; de onderzoekers namen daarvan het midden. Ook die verschillende invoer hoort bij de vergelijking van 75% en 28%. De studie biedt daarmee materiaal over de verwachtingen van deze groepen, inclusief de onzekerheid in de antwoorden. Hoeveel tijd een Nederlands team zelf bespaart, vergt een meting van de eigen taken en de benodigde controle.






