De afgelopen week stond bol van financiƫle mijlpalen voor Nederland. De AEX noteert deze zondag rond de 1010 punten. Op weekbasis won de hoofdindex 0,17 procent. Maandstand plus 3,78 procent. Jaarstand plus 20,16 procent. Toch zit de echte alpha niet in de hoofdindex zelf. Hij zit in vier specifieke ontwikkelingen die deze week samenkwamen. ASML bevestigde een Q1-omzet van 8,8 miljard euro. ING publiceerde donderdag Q1-cijfers. Unilever en ArcelorMittal volgden. Plus 30 april verliep het becon-uitstel voor de aangifte 2024. En de Hoge Raad bevestigde een prejudiciƫle uitspraak over box 3-verdeling tussen fiscale partners. Voor langetermijnbeleggers en belastingplichtigen tegelijk is dit een week van structurele beslissingen.
De gemeenschappelijke noemer is helder. Nederlandse beleggers staan voor twee operationele beslissingen tegelijk. Eerste, hoe te reageren op een AEX die historisch hoog staat, maar steeds gevoeliger wordt voor sectorrotatie. Tweede, hoe voor 1 mei de aangifte inkomstenbelasting 2025 in te dienen of uitstel aan te vragen. Voor wie de tegenbewijsregeling box 3 wil gebruiken, dwingt het OWR-formulier extra werk af. De stagflatie-shock van vorige donderdag bracht de PCE-inflatie naar 3,5 procent. Plus de tweestemmig FOMC-overgang op 15 mei verhoogt internationale onzekerheid voor risicoactiva.
Hoe ASML, Unilever en ING de AEX-week bepaalden
De toon werd op 15 april al gezet door ASML. De Veldhovense chipmachinemaker rapporteerde een Q1 2026-omzet van 8,8 miljard euro. Met een brutomarge van 53,0 procent en een nettowinst van 2,8 miljard. Voor Q2 verwacht het bedrijf een omzet tussen 8,4 en 9,0 miljard. Voor het hele jaar 2026 hanteert het concern een bandbreedte van 36 tot 40 miljard euro. Deze cijfers liggen aan de bovenkant van de eerdere guidance. CEO Christophe Fouquet schrijft de versterking toe aan AI-gerelateerde infrastructuurinvesteringen die de halfgeleidersector dragen.
Op 30 april volgden ING, Unilever, ArcelorMittal, IMCD, Aperam, Arcadis en CVC Capital met hun Q1-cijfers. Ook KPN was vertegenwoordigd, deels via ex-dividend op 27 april (ā¬0,109). SBM Offshore ging op dezelfde dag ā¬0,49 ex-dividend. Voor traders die op handelsdagen positioneren bracht 27 april een specifiek verschil. De AEX won 0,69 procent ondanks een Shell-koersval van 5,56 procent door olieprijsdaling. ArcelorMittal won 4,70 procent. CVC Capital steeg 3,87 procent. Prosus klom 3,72 procent na verkoop van een 4,5 procent Delivery Hero-belang aan Uber voor 270 miljoen euro. De parallelle Big Tech-rapportages van afgelopen week versterkten het AI-capex-narratief dat ASML draagt.
De Duitse DAX legde op 27 april 2,4 procent erbij. Daarna boekte de Franse CAC 2,0 procent. En de Belgische BEL 1,4 procent. De AEX bleef relatief achter, vooral door het Shell-zwaarwicht. Shell heeft samen met ASML de zwaarste invloed op de hoofdindex. ASML weegt 14,69 procent in de index. Unilever 12,41 procent. ING 7,54 procent. RELX 6,11 procent. Prosus 5,42 procent. Deze top-5 vormt 75,42 procent van de gehele AEX-marktkapitalisatie volgens de recentste Euronext-factsheet. Dat verklaart waarom een Shell-tegenvaller de hele index meekrijgt.
Waarom de Mueller-Glissmann-waarschuwing belangrijker is dan de cijfers zelf
Tijdens de week kwam Christian Mueller-Glissmann, hoofd assetallocatie-onderzoek bij Goldman Sachs, met een specifieke boodschap aan Bloomberg. De recente beursrally stuwde zowel de S&P 500 als de Nasdaq 100 naar recordniveaus. Die rally kan alleen aanhouden als centrale banken weer overgaan tot renteverlagingen. Mueller-Glissmann omschreef het herstel als een “snelle en hevige herstelfase”, deels gedreven door technische factoren. Hedgefondsen die eerder hun aandelenposities afbouwden, worden nu gedwongen opnieuw in te stappen. Dat verklaart een deel van de huidige rally op de AEX. Plus de S&P 500 sloot vrijdag op een nieuw record van 7126 punten met een weekwinst van ongeveer 4,5 procent.
Voor Nederlandse beleggers betekent dit een specifieke afhankelijkheid. De ECB moet komende maanden bewegen, anders dreigt een correctie. De ECB-rentebesluit-context die we eerder analyseerden, blijft de bepalende factor. Plus de Bank of England-vergadering komende donderdag 8 mei voegt extra onzekerheid toe. Andrew Bailey moet daar de hot UK-inflatie van vorige week beoordelen. Voor wie indirect via brede AEX-exposure belegt, wordt sectorrotatie de bepalende strategie. Niet meer het kopen van de hoofdindex zelf.
Welke koersniveaus de AEX-week markeerden
De AEX bereikte op 25 februari 2026 zijn all-time-high van 1.031,79 punten. Vandaag noteert de index ruim 2 procent onder die top. Op jaarbasis won de hoofdindex 20,16 procent. Vijfjaarsbasis 43,9 procent. Tienjaarsbasis 124,4 procent. Voor het 1.010-niveau geldt een specifieke technische context. Het is de zone net onder de 1.020-weerstand die in februari werd getest. Een doorbraak boven 1020 opent het pad naar nieuwe ATH’s. Een terugval onder 990 invalideert de huidige rallystructuur. Volgens TradingView-data toont de SMA-200 een bullish primaire trend, terwijl de SMA-55 een verzwakkende intermediate-trend signaleert.
Onder de individuele aandelen is BESI de jaargroei-kampioen met plus 149,3 procent. ASML is de grootste in marktkapitalisatie met 554,73 miljard euro. Shell volgt met 247,32 miljard. Unilever 124,44 miljard. Adyen handelt op 973,90 euro per aandeel, ASM International op 846 euro. ASML zelf op 1.222,40 euro na de Q1-rapport-rally. Voor wie indirecte AEX-blootstelling wil opbouwen, biedt de Vanguard FTSE All-World UCITS ETF brede dekking. Onze eerdere AEX-koers-april-analyse volgde de aanloop naar deze stand.
Hoe de aangiftedeadline van 1 mei voor particulieren werkt
De uiterste inleverdatum voor de aangifte inkomstenbelasting over 2025 was 1 mei 2026. Wie deze datum miste zonder uitstelaanvraag, riskeert een verzuimboete vanaf 83 euro. Plus belastingrente loopt vanaf 1 juli. Voor wie nog tijd nodig heeft, is uitstel via Mijn Belastingdienst mogelijk tot 1 september 2026. De Belastingdienst verleent dit uitstel automatisch na aanvraag, zonder onderbouwing. Wie zijn aangifte voor 1 april indiende, ontvangt voor 1 juli een definitieve uitslag. Dat is de fiscale routine die elk jaar geldt.
Bijzonder is dit jaar het volume aan tegenbewijsregeling-aanvragen via het OWR-formulier. De Wet tegenbewijsregeling box 3 is op 19 juli 2025 in werking getreden. Het OWR-formulier is sinds juni 2025 live. Belastingplichtigen kunnen daarmee aantonen dat hun werkelijk rendement lager was dan het forfaitaire rendement. Dat dwingt extra rekenwerk af voor 2017-2025 in ƩƩn gang. De Belastingdienst publiceerde eind april nieuwe vragen-en-antwoorden bij het thema OWR-formulier. Plus extra voorbeelden voor complexere situaties.
Wat de Hoge Raad-uitspraak van 27 maart concreet betekent
De Hoge Raad publiceerde op 27 maart 2026 een prejudiciƫle uitspraak. Het hoogste rechtscollege beantwoordde ƩƩn specifieke vraag. Mogen fiscale partners hun box 3-verdeling nog wijzigen? Ook nadat een aanslag onherroepelijk werd door collectieve uitspraak? Het antwoord is bevestigend. Plus belastingplichtigen krijgen zes weken na de verminderingsbeschikking de tijd om de verdeling aan te passen. Dat is dezelfde termijn als bij individuele Hoge Raad-arresten.
De uitspraak heeft directe relevantie voor honderdduizenden belastingplichtigen die deel uitmaken van de massaalbezwaarprocedure. Plus voor degenen die nog OWR-formulieren indienen voor de jaren 2017-2024. Wanneer de inspecteur een verminderingsbeschikking uitstuurt na collectieve uitspraak, zien fiscale partners pas dan de financiƫle gevolgen. De gevolgen van hun eerdere keuze worden dan zichtbaar. De Hoge Raad oordeelt dat het redelijk is om die heroverwegingstermijn ook na collectieve uitspraak te bieden. Niet alleen na individuele arresten. Onze De Dagbalans-eerste-editie van begin april besprak de tegenbewijsregeling al uitvoerig.
Hoe het box 3-stelsel in 2026 concreet werkt
Het heffingsvrij vermogen blijft in 2026 op 59.357 euro per persoon. Voor fiscale partners 118.714 euro samen. Het belastingtarief box 3 blijft 36 procent. Het forfait beleggingen is wettelijk vastgesteld op 6 procent. De eerder aangekondigde verhoging naar 7,78 procent ging niet door. Het forfait spaargeld voor 2026 is voorlopig 1,44 procent. Het definitieve percentage volgt na afloop van het jaar. Voor schulden geldt een voorlopig percentage van 2,62 procent. Plus een drempel van 3800 euro per persoon, of 7600 met partner.
De tegenbewijsregeling werkt voor zowel het verleden als de toekomst. Voor 2017 tot 2022 dwingt het OWR-formulier een drie-stappen-berekening af. Het oude box 3-stelsel, het Herstelwet-rendement, plus het werkelijke rendement. Het laagste van de drie wordt belast. Vanaf 2023 vergelijken belastingplichtigen alleen forfaitair en werkelijk rendement. Het werkelijke rendement omvat directe inkomsten zoals rente, dividend, huur en couponrente. Plus indirect rendement zoals waardestijgingen en -dalingen, gerealiseerd en ongerealiseerd. De MiCA-cliff van 1 juli treft Nederlandse cryptohouders extra. Cryptobezit valt onder box 3 en moet via de tegenbewijsregeling met werkelijk rendement worden onderbouwd.
Een concreet voorbeeld. Een belastingplichtige met 40.000 euro spaargeld plus 160.000 euro aandelen, totaal vermogen 200.000, geen schulden. Forfaitair telt het 1,44 procent op spaargeld plus 6 procent op beleggingen. Plus heffingsvrij vermogen aftrek. Bij 2 procent werkelijk rendement op de aandelen plus 1,2 procent rente op spaargeld. Het werkelijke rendement komt dan op 3680 euro. Tegen 36 procent is dat 1325 euro belasting. Forfaitair zou de aanslag fors hoger uitkomen. Het verschil oploopt naar circa 1250 euro besparing per aangiftejaar. Voor vermogende beleggers met meer dan een miljoen euro in box 3 telt elke procentpunt zwaar door.
Welke macro-events de week na 1 mei domineren
Komende week kent maar liefst vier macro-ankers.
- Als eerste, dinsdag 5 mei, publiceert Strategy Q1-cijfers die voor Bitcoin-houders de week dragen.
- Tweede, woensdag 6 mei rapporteren Adyen, Ahold Delhaize, DSM-Firmenich en Philips hun Q1-cijfers. Adyen heeft een grotere verwachtingsdruk vanwege koersdruk in de eerdere kwartalen.
- Drie, donderdag 8 mei houdt de Bank of England rentebesluit.
- Vier, vrijdag 9 mei publiceert het Amerikaanse banenrapport. Het maart-banenrapport liet al zien hoe gevoelig markten reageren op werkgelegenheidssignalen.
Voor de AEX zijn twee specifieke risico’s relevant. Eerste, de DNB-rapportage over de Nederlandse economie. De Nederlandsche Bank heeft eerder gewaarschuwd voor verhoogde kwetsbaarheid bij geleidelijke economische verzwakking. Tweede, het effect van geopolitieke onzekerheid op het Midden-Oosten op de Shell-koers. Onze Oman-olie-prijs-analyse van eerder dit jaar toont hoe gevoelig Shell reageert op olieprijsschommelingen. Plus de KPN- en SBM Offshore-aandelen handelen ex-dividend, wat tijdelijke koersdruk creĆ«ert die niet structureel is.
Hoe Adyen, Ahold Delhaize, DSM-Firmenich en Philips de week na 1 mei domineren
De Q1-rapportagestroom gaat woensdag 6 mei verder. Adyen rapporteert om 07:00 uur de eerste-kwartaalcijfers. Het betalingsbedrijf staat onder verwachtingsdruk na eerdere kwartalen waarin de omzet onder analistenraming bleef. Bank of America handhaaft een koopadvies, terwijl Jefferies eerder de winstcijfers tegenvallend noemde. Adyen handelt op 973,90 euro. Een Q1-resultaat boven verwachting kan het aandeel snel terugbrengen richting de 1.100-zone. Een nieuwe tegenvaller drukt de koers waarschijnlijk onder 900.
Ahold Delhaize publiceert dezelfde ochtend de Q1-cijfers. De retailer profiteert van consumentenfocus op zelfmerken bij stijgende voedselprijzen. Ahold Delhaize handelde recent rond 35 euro per aandeel. DSM-Firmenich staat voor een specifieke uitdaging na de fusie van 2023. Plus Philips moet bewijzen dat de operationele heroriƫntatie doorzet. Philips heeft eerder kwartalen met fluctuerende marges gerapporteerd.
Wolters Kluwer en Galapagos sluiten de week af. Plus AMG Critical Materials publiceert ook woensdag. Voor het AScX-segment volgen kleinere rapportages bij Aalberts, Arcadis en Aperam. Voor wie sectorbreed wil monitoren, is de IEX-liveblog de meest gedetailleerde Nederlandstalige bron. Plus Beurs.nl publiceert dagelijks beursagenda-overzichten. Onze eerdere aangifte-deadline-analyse bespreekt de timing-implicaties voor wie portefeuille en aangifte tegelijk afhandelt.
Wat Nederlandse beleggers en belastingplichtigen hieruit moeten halen
Drie operationele aandachtspunten voor deze week. Eerste, voor wie de aangifte 2025 nog niet indiende, is uitstel via Mijn Belastingdienst de eenvoudigste route. Tot 1 september 2026 zonder onderbouwing. Voor klanten van een fiscaal dienstverlener met becon-uitstel geldt 1 mei 2027 als deadline. Plus aanvullend uitstel mogelijk bij bijzondere omstandigheden zoals OWR-werkdruk. Het Register Belastingadviseurs heeft koepelorganisaties laten weten dat extra capaciteit beschikbaar is bij de Belastingdienst voor 2024-aanvullende uitstelaanvragen.
Tweede, voor AEX-beleggers blijft sectorrotatie de bepalende strategie. ASML, Unilever en ING vormen samen 34,6 procent van de hoofdindex. Wie de top-3 in portefeuille houdt, krijgt geconcentreerde sectorblootstelling. Plus minder spreiding. Voor brede dekking biedt een Vanguard FTSE All-World UCITS ETF betere risicospreiding. Derde, voor box 3-tegenbewijsaanvragers blijft het OWR-formulier de centrale stap. Onze inflatie-NL-analyse van eerder dit jaar toont hoe persistent inflatie het reƫle rendement uitholt. Cryptohouders moeten hun werkelijk rendement onderbouwen met exchange-statements en wallet-historie.
Het pad naar 2027 wordt structureler. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 ligt aangepast bij de Raad van State. De Raad van State heeft eerder zwaarwegende bezwaren genoemd tegen het voorgestelde stelsel. Toch acht het kabinet inwerkingtreding per 2027 nog haalbaar. Tot dan blijft de tegenbewijsregeling de cruciale optie voor wie minder rendement realiseerde dan de forfaits aanleggen. Voor de AEX zelf blijft de afhankelijkheid van internationale renteverlagingen de bepalende factor. Mocht de ECB voor de zomer opnieuw verlagen, kan de hoofdindex doorbreken naar 1.050. Mocht dat uitblijven, dan dreigt consolidatie tussen 980 en 1020 voor de hele zomer. Voor langetermijnhouders is de structurele groeitrend van plus 20 procent op jaarbasis intact. Maar het specifieke pad voor de komende drie maanden hangt af van de exacte inschatting van Mueller-Glissmann. Renteverlagingen of consolidatie. Daartussen ligt geen middenweg.






